tongzoenen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- zoenen zodat de tongen om elkaar draaien
Vervoeging van tongzoenen
tongzoenenhele werkwoord — tongzoendeverleden tijd enkelvoud — tongzoendenverleden tijd meervoud — getongzoendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | tongzoen | tongzoende |
| jij | tongzoent | tongzoende |
| hij, zij, het | tongzoent | tongzoende |
| wij | tongzoenen | tongzoenden |
| jullie | tongzoenen | tongzoenden |
| zij | tongzoenen | tongzoenden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is getongzoend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getongzoend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getongzoend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getongzoend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getongzoend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getongzoend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getongzoend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getongzoend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getongzoend | verleden tijd, deelwoord |
| getongzoend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getongzoend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getongzoend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getongzoend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getongzoend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getongzoend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getongzoend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getongzoend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getongzoend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getongzoend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getongzoend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getongzoend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getongzoend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getongzoend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getongzoend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getongzoend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getongzoend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getongzoend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te tongzoenen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen tongzoenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| tongzoen | gebiedende wijs |
| tongzoende | verleden tijd |
| tongzoene | aanvoegende wijs |
| tongzoenend | onvoltooid, deelwoord |
| zal getongzoend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getongzoend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getongzoend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal tongzoenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal tongzoenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal tongzoenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getongzoend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getongzoend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getongzoend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou tongzoenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou tongzoenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou tongzoenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getongzoend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getongzoend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getongzoend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tongzoenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden tongzoenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden tongzoenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getongzoend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tongzoenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getongzoend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getongzoend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getongzoend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tongzoenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen tongzoenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen tongzoenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen tongzoenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getongzoend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult tongzoenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord tongzoen
Herkomst
samenstelling van tong en zoenen
Woordfamilie van tongzoenen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getongzoend | voltooid deelwoord | tongzoenen |
| getongzoende | woordvorm | tongzoenen |
| tongzoende | verleden tijd | tongzoenen |
| tongzoenden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | tongzoenen |
| tongzoene | aanvoegende wijs | tongzoenen |
| tongzoenend | onvoltooid deelwoord | tongzoenen |
| tongzoenende | woordvorm | tongzoenen |
| tongzoent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | tongzoenen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tongzoenen zijn vastgelegd.