Naar de inhoud

toewijzen

goederen of fondsen een bestemming geven

toewijzen

werkwoord /tuʋɛɪ̭zə(n)/

Betekenis

  1. goederen of fondsen een bestemming geven

Hoe spreek je toewijzen uit?

/tuwɛi̭zən/

Toewijzen bestaat uit drie lettergrepen.

De tekens in /tuwɛi̭zən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
u boek
w quiz
ɛi trein
z zon
ə de
n nek

Vervoeging van toewijzen

toewijzenhele werkwoord — wees toeverleden tijd enkelvoud — wezen toeverleden tijd meervoud — toegewezenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wijs toe wees toe
jij wijst toe wees toe
hij, zij, het wijst toe wees toe
wij wijzen toe wezen toe
jullie wijzen toe wezen toe
zij wijzen toe wezen toe
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben toegewezen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent toegewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is toegewezen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was toegewezen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd toegewezen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt toegewezen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal toegewezen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal toegewezen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou toegewezen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou toegewezen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had toegewezen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had toegewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had toegewezen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden toegewezen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden toegewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden toegewezen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt toegewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb toegewezen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegewezen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben toegewezen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben toegewezen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt toegewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegewezen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is toegewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is toegewezen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben toegewezen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toewijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe te wijzen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toe te zullen wijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe zal wijzen bijzin, toekomende tijd
toe zou wijzen bijzin, voorwaardelijk
toe zouden wijzen bijzin, voorwaardelijk
toe zoudt wijzen bijzin, voorwaardelijk
toe zullen wijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toe zullen wijzen bijzin, toekomende tijd
toe zult wijzen bijzin, toekomende tijd
toegewezen verleden tijd, deelwoord
toegewezen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegewezen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegewezen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegewezen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegewezen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegewezen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegewezen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegewezen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegewezen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegewezen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toewees bijzin, verleden tijd
toewezen bijzin, verleden tijd
toewijs bijzin, tegenwoordige tijd
toewijst bijzin, tegenwoordige tijd
toewijzend onvoltooid, deelwoord
waart toegewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegewezen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren toegewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegewezen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was toegewezen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was toegewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was toegewezen voltooid, verleden tijd, derde persoon
wees toe verleden tijd
werd toegewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd toegewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd toegewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden toegewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden toegewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden toegewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt toegewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
wijs toe gebiedende wijs
word toegewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden toegewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden toegewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden toegewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt toegewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt toegewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal toegewezen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegewezen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal toegewezen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toegewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal toegewezen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegewezen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toewijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toewijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toewijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal toewijzen bijzin, toekomende tijd
zijn toegewezen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn toegewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn toegewezen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt toegewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou toegewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toegewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou toegewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toewijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toewijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toewijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou toewijzen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) toewijzen toe zou(dt) wijzen bijzin, voorwaardelijk
zouden toegewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toegewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toegewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toegewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toegewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toewijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toewijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toewijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden toewijzen bijzin, voorwaardelijk
zoudt toegewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toegewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toegewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toewijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt toewijzen bijzin, voorwaardelijk
zullen toegewezen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegewezen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegewezen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toegewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toegewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toegewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toegewezen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegewezen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegewezen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toewijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toewijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toewijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toewijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen toewijzen bijzin, toekomende tijd
zult toegewezen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van toe bw en wijzen ww

Woordfamilie van toewijzen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
toegewezen voltooid deelwoord toewijzen
toewees subordinate-clause, verleden tijd toewijzen
toewezen subordinate-clause, verleden tijd toewijzen
toewijs subordinate-clause, tegenwoordige tijd toewijzen
toewijst subordinate-clause, tegenwoordige tijd toewijzen
toewijze with-subordinate-clause toewijzen
toewijzend onvoltooid deelwoord toewijzen
toewijzende woordvorm toewijzen
wees toe verleden tijd toewijzen
wezen toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toewijzen
wijs toe gebiedende wijs toewijzen
wijst toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toewijzen
wijze toe woordvorm toewijzen
wijzen toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon toewijzen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toewijzen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over toewijzen

Hoe spreek ik toewijzen uit?
Zo spreek je toewijzen uit: /tuʋɛɪ̭zə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van toewijzen?
Toewijzen is een werkwoord. De betekenis is: goederen of fondsen een bestemming geven.
Hoe vervoeg ik toewijzen?
Zo vervoeg je toewijzen zo: het voltooid deelwoord is toegewezen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toewijzen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. W 5
  5. I 1
  6. J 4
  7. Z 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toewijzen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. W 5
  5. I 2
  6. J 4
  7. Z 5
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 zonder bonus
  11. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toewijzen in het kort

toewijzen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van toewijzen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort toewijzen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

toewijzen: goederen of fondsen een bestemming geven
Deel toewijzen — standaardnederlands.nl