toewijden
werkwoordBetekenis
- ergens met grote zorg aandacht aan besteden en zich voor geven
- ergens aan wijden
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van toewijden
toewijdenhele werkwoord — wijdde toeverleden tijd enkelvoud — wijdden toeverleden tijd meervoud — toegewijdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | wijd toe | wijdde toe |
| jij | wijdt toe | wijdde toe |
| hij, zij, het | wijdt toe | wijdde toe |
| wij | wijden toe | wijdden toe |
| jullie | wijden toe | wijdden toe |
| zij | wijden toe | wijdden toe |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben toegewijd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent toegewijd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is toegewijd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was toegewijd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd toegewijd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt toegewijd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal toegewijd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal toegewijd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou toegewijd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou toegewijd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had toegewijd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had toegewijd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had toegewijd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden toegewijd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden toegewijd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden toegewijd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt toegewijd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb toegewijd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegewijd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben toegewijd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegewijd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben toegewijd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt toegewijd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegewijd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegewijd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is toegewijd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is toegewijd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben toegewijd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen toewijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe te wijden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toe te zullen wijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe zal wijden | bijzin, toekomende tijd |
| toe zou wijden | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zouden wijden | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zoudt wijden | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zullen wijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toe zullen wijden | bijzin, toekomende tijd |
| toe zult wijden | bijzin, toekomende tijd |
| toegewijd | verleden tijd, deelwoord |
| toegewijd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegewijd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegewijd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegewijd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegewijd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegewijd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegewijd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegewijd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegewijd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegewijd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toewijd | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toewijdde | bijzin, verleden tijd |
| toewijdden | bijzin, verleden tijd |
| toewijdend | onvoltooid, deelwoord |
| toewijdt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| waart toegewijd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren toegewijd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren toegewijd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren toegewijd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was toegewijd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was toegewijd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was toegewijd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd toegewijd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd toegewijd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd toegewijd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden toegewijd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden toegewijd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden toegewijd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt toegewijd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| wijd toe | gebiedende wijs |
| wijdde toe | verleden tijd |
| word toegewijd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden toegewijd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden toegewijd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden toegewijd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt toegewijd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt toegewijd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal toegewijd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegewijd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal toegewijd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toegewijd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegewijd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal toegewijd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegewijd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toewijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal toewijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal toewijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal toewijden | bijzin, toekomende tijd |
| zijn toegewijd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn toegewijd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn toegewijd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt toegewijd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou toegewijd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegewijd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegewijd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toegewijd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegewijd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou toegewijd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegewijd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegewijd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegewijd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toewijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou toewijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou toewijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou toewijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) toewijden toe zou(dt) wijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden toegewijd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegewijd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegewijd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toegewijd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toegewijd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toegewijd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toegewijd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegewijd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegewijd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toewijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toewijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toewijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden toewijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt toegewijd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toegewijd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toegewijd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toewijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt toewijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen toegewijd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toegewijd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen toegewijd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toegewijd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toegewijd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toegewijd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toegewijd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toegewijd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen toegewijd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toewijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen toewijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toewijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toewijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen toewijden | bijzin, toekomende tijd |
| zult toegewijd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van toe bw en wijden ww
Woordfamilie van toewijden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toewijd | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toewijden |
| toewijdde | subordinate-clause, verleden tijd | toewijden |
| toewijdden | subordinate-clause, verleden tijd | toewijden |
| toewijde | with-subordinate-clause | toewijden |
| toewijdend | onvoltooid deelwoord | toewijden |
| toewijdende | woordvorm | toewijden |
| toewijdt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toewijden |
| wijd toe | gebiedende wijs | toewijden |
| wijdde toe | verleden tijd | toewijden |
| wijdden toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | toewijden |
| wijde toe | woordvorm | toewijden |
| wijden toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | toewijden |
| wijdt toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | toewijden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toewijden zijn vastgelegd.