toewerpen
werkwoordBetekenis
- iets in iemands richting gooien
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
werkwoord
- een blik toewerpen: indringend naar iemand kijken figuratively
Vervoeging van toewerpen
toewerpenhele werkwoord — wierp toeverleden tijd enkelvoud — wierpen toeverleden tijd meervoud — toegeworpenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | werp toe | wierp toe |
| jij | werpt toe | wierp toe |
| hij, zij, het | werpt toe | wierp toe |
| wij | werpen toe | wierpen toe |
| jullie | werpen toe | wierpen toe |
| zij | werpen toe | wierpen toe |
Alle 207 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben toegeworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent toegeworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is toegeworpen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was toegeworpen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd toegeworpen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt toegeworpen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal toegeworpen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal toegeworpen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou toegeworpen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou toegeworpen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had toegeworpen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had toegeworpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had toegeworpen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| had toegeworpen gekregen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had toegeworpen gekregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had toegeworpen gekregen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden toegeworpen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden toegeworpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden toegeworpen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden toegeworpen gekregen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden toegeworpen gekregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden toegeworpen gekregen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt toegeworpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadt toegeworpen gekregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb toegeworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| heb toegeworpen gekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegeworpen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben toegeworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegeworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben toegeworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebben toegeworpen gekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegeworpen gekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben toegeworpen gekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt toegeworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebt toegeworpen gekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegeworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegeworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| heeft toegeworpen gekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegeworpen gekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is toegeworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is toegeworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kreeg toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| kreeg toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| kreeg toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| kreegt toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| kregen toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| kregen toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| kregen toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| krijg toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| krijgen toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| krijgen toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| krijgen toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| krijgt toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| krijgt toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| te hebben toegeworpen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen toewerpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe te werpen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toe te zullen werpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe zal werpen | bijzin, toekomende tijd |
| toe zou werpen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zouden werpen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zoudt werpen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zullen werpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toe zullen werpen | bijzin, toekomende tijd |
| toe zult werpen | bijzin, toekomende tijd |
| toegeworpen | verleden tijd, deelwoord |
| toegeworpen gekregen hebben | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegeworpen gekregen te hebben | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegeworpen gekregen te zullen hebben | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegeworpen gekregen zullen hebben | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegeworpen krijgen | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegeworpen te krijgen | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegeworpen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegeworpen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegeworpen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegeworpen te zullen krijgen | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegeworpen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegeworpen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegeworpen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegeworpen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegeworpen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegeworpen zullen krijgen | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegeworpen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegeworpen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toewerp | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toewerpend | onvoltooid, deelwoord |
| toewerpt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toewierp | bijzin, verleden tijd |
| toewierpen | bijzin, verleden tijd |
| toewierpt | bijzin, verleden tijd |
| waart toegeworpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren toegeworpen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren toegeworpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren toegeworpen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was toegeworpen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was toegeworpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was toegeworpen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werp toe | gebiedende wijs |
| wierp toe | verleden tijd |
| word toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt toegeworpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal toegeworpen gekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegeworpen gekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toegeworpen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegeworpen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal toegeworpen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toegeworpen krijgen | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegeworpen krijgen | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal toegeworpen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegeworpen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal toegeworpen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegeworpen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toewerpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal toewerpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal toewerpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal toewerpen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn toegeworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn toegeworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn toegeworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt toegeworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou toegeworpen gekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegeworpen gekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegeworpen gekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toegeworpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegeworpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegeworpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toegeworpen krijgen | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
Herkomst
samenstelling van toe bw en werpen ww
Woordfamilie van toewerpen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toegeworpen | voltooid deelwoord | toewerpen |
| toewerp | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toewerpen |
| toewerpe | with-subordinate-clause | toewerpen |
| toewerpend | onvoltooid deelwoord | toewerpen |
| toewerpende | woordvorm | toewerpen |
| toewerpt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toewerpen |
| toewierp | subordinate-clause, verleden tijd | toewerpen |
| toewierpen | subordinate-clause, verleden tijd | toewerpen |
| werp toe | gebiedende wijs | toewerpen |
| werpe toe | woordvorm | toewerpen |
| werpen toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | toewerpen |
| werpt toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | toewerpen |
| wierp toe | verleden tijd | toewerpen |
| wierpen toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | toewerpen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toewerpen zijn vastgelegd.