Naar de inhoud

toevertrouwen

diensten, kennis, goederen etc. delen of beschikbaarstellen aan een betrouwbaar persoon

toevertrouwen

werkwoord

Betekenis

  1. diensten, kennis, goederen etc. delen of beschikbaarstellen aan een betrouwbaar persoon

Vervoeging van toevertrouwen

toevertrouwenhele werkwoord — vertrouwde toeverleden tijd enkelvoud — vertrouwden toeverleden tijd meervoud — toevertrouwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vertrouw toe vertrouwde toe
jij vertrouwt toe vertrouwde toe
hij, zij, het vertrouwt toe vertrouwde toe
wij vertrouwen toe vertrouwden toe
jullie vertrouwen toe vertrouwden toe
zij vertrouwen toe vertrouwden toe
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben toevertrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent toevertrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is toevertrouwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was toevertrouwd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd toevertrouwd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt toevertrouwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal toevertrouwd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal toevertrouwd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou toevertrouwd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou toevertrouwd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had toevertrouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had toevertrouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had toevertrouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden toevertrouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden toevertrouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden toevertrouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt toevertrouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb toevertrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toevertrouwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben toevertrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toevertrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben toevertrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt toevertrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toevertrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toevertrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is toevertrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is toevertrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben toevertrouwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toevertrouwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe te vertrouwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toe te zullen vertrouwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe zal vertrouwen bijzin, toekomende tijd
toe zou vertrouwen bijzin, voorwaardelijk
toe zouden vertrouwen bijzin, voorwaardelijk
toe zoudt vertrouwen bijzin, voorwaardelijk
toe zullen vertrouwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toe zullen vertrouwen bijzin, toekomende tijd
toe zult vertrouwen bijzin, toekomende tijd
toevertrouw bijzin, tegenwoordige tijd
toevertrouwd verleden tijd, deelwoord
toevertrouwd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toevertrouwd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toevertrouwd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toevertrouwd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toevertrouwd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toevertrouwd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toevertrouwd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toevertrouwd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toevertrouwd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toevertrouwd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toevertrouwde bijzin, verleden tijd
toevertrouwden bijzin, verleden tijd
toevertrouwend onvoltooid, deelwoord
toevertrouwt bijzin, tegenwoordige tijd
vertrouw toe gebiedende wijs
vertrouwde toe verleden tijd
waart toevertrouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toevertrouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren toevertrouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toevertrouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was toevertrouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was toevertrouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was toevertrouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd toevertrouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd toevertrouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd toevertrouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden toevertrouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden toevertrouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden toevertrouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt toevertrouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word toevertrouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden toevertrouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden toevertrouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden toevertrouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt toevertrouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt toevertrouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal toevertrouwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toevertrouwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal toevertrouwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toevertrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toevertrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal toevertrouwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toevertrouwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toevertrouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toevertrouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toevertrouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal toevertrouwen bijzin, toekomende tijd
zijn toevertrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn toevertrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn toevertrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt toevertrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou toevertrouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toevertrouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toevertrouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toevertrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toevertrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou toevertrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toevertrouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toevertrouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toevertrouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toevertrouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toevertrouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toevertrouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou toevertrouwen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) toevertrouwen toe zou(dt) vertrouwen bijzin, voorwaardelijk
zouden toevertrouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toevertrouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toevertrouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toevertrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toevertrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toevertrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toevertrouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toevertrouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toevertrouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toevertrouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toevertrouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toevertrouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden toevertrouwen bijzin, voorwaardelijk
zoudt toevertrouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toevertrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toevertrouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toevertrouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt toevertrouwen bijzin, voorwaardelijk
zullen toevertrouwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toevertrouwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toevertrouwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toevertrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toevertrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toevertrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toevertrouwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toevertrouwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toevertrouwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toevertrouwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toevertrouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toevertrouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toevertrouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen toevertrouwen bijzin, toekomende tijd
zult toevertrouwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van toe bw en vertrouwen ww

Woordfamilie van toevertrouwen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
toevertrouw subordinate-clause, tegenwoordige tijd toevertrouwen
toevertrouwd voltooid deelwoord toevertrouwen
toevertrouwde subordinate-clause, verleden tijd toevertrouwen
toevertrouwden subordinate-clause, verleden tijd toevertrouwen
toevertrouwe with-subordinate-clause toevertrouwen
toevertrouwend onvoltooid deelwoord toevertrouwen
toevertrouwende woordvorm toevertrouwen
toevertrouwt subordinate-clause, tegenwoordige tijd toevertrouwen
vertrouw toe gebiedende wijs toevertrouwen
vertrouwde toe verleden tijd toevertrouwen
vertrouwden toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toevertrouwen
vertrouwe toe woordvorm toevertrouwen
vertrouwen toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon toevertrouwen
vertrouwt toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toevertrouwen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toevertrouwen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over toevertrouwen

Wat is de betekenis van toevertrouwen?
Toevertrouwen is een werkwoord. De betekenis is: diensten, kennis, goederen etc. delen of beschikbaarstellen aan een betrouwbaar persoon.
Hoe vervoeg ik toevertrouwen?
Zo vervoeg je toevertrouwen zo: het voltooid deelwoord is toevertrouwd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toevertrouwen is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. T 2
  8. R 2
  9. O 1
  10. U 4
  11. W 5
  12. E 1
  13. N 1
  14. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toevertrouwen levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 105 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. T 2
  8. R 2
  9. O 1
  10. U 2
  11. W 5
  12. E 1
  13. N 1
  14. 25 zonder bonus
  15. 105 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toevertrouwen in het kort

toevertrouwen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van toevertrouwen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort toevertrouwen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

toevertrouwen: diensten, kennis, goederen etc. delen of beschikbaarstellen aan een betrouwbaar persoon
Deel toevertrouwen — standaardnederlands.nl