Naar de inhoud

toestromen

in groten getale of grote hoeveelheid naar iets toegaan

toestromen is meer dan één woord

toestromen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. in groten getale of grote hoeveelheid naar iets toegaan
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van toestromen

toestromenhele werkwoord — stroomde toeverleden tijd enkelvoud — stroomden toeverleden tijd meervoud — toegestroomdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stroom toe stroomde toe
jij stroomt toe stroomde toe
hij, zij, het stroomt toe stroomde toe
wij stromen toe stroomden toe
jullie stromen toe stroomden toe
zij stromen toe stroomden toe
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben toegestroomd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent toegestroomd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is toegestroomd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is toegestroomd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stroom toe gebiedende wijs
stroomde toe verleden tijd
te zijn toegestroomd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toestromen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe te stromen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toe te zullen stromen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe zal stromen bijzin, toekomende tijd
toe zou stromen bijzin, voorwaardelijk
toe zouden stromen bijzin, voorwaardelijk
toe zoudt stromen bijzin, voorwaardelijk
toe zullen stromen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toe zullen stromen bijzin, toekomende tijd
toe zult stromen bijzin, toekomende tijd
toegestroomd verleden tijd, deelwoord
toegestroomd te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegestroomd zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toestromend onvoltooid, deelwoord
toestroom bijzin, tegenwoordige tijd
toestroomde bijzin, verleden tijd
toestroomden bijzin, verleden tijd
toestroomt bijzin, tegenwoordige tijd
waart toegestroomd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegestroomd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren toegestroomd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegestroomd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was toegestroomd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was toegestroomd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was toegestroomd voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal toegestroomd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegestroomd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal toegestroomd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toestromen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toestromen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toestromen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal toestromen bijzin, toekomende tijd
zijn toegestroomd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn toegestroomd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn toegestroomd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn toegestroomd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt toegestroomd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou toegestroomd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegestroomd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegestroomd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toestromen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toestromen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toestromen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou toestromen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) toestromen toe zou(dt) stromen bijzin, voorwaardelijk
zouden toegestroomd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegestroomd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegestroomd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toestromen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toestromen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toestromen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden toestromen bijzin, voorwaardelijk
zoudt toegestroomd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toestromen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt toestromen bijzin, voorwaardelijk
zullen toegestroomd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegestroomd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegestroomd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toestromen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toestromen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toestromen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toestromen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen toestromen bijzin, toekomende tijd
zult toegestroomd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult toestromen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult toestromen bijzin, toekomende tijd
zult/zal toestromen toe zult/zal stromen bijzin, toekomende tijd

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord toestroom

Herkomst

samenstelling van toe bw en stromen ww

Woordfamilie van toestromen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
strome toe woordvorm toestromen
stromen toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon toestromen
stroom toe gebiedende wijs toestromen
stroomde toe verleden tijd toestromen
stroomden toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toestromen
stroomt toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toestromen
toestrome with-subordinate-clause toestromen
toestromend onvoltooid deelwoord toestromen
toestromende woordvorm toestromen
toestroomde subordinate-clause, verleden tijd toestromen
toestroomden subordinate-clause, verleden tijd toestromen
toestroomt subordinate-clause, tegenwoordige tijd toestromen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toestromen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over toestromen

Wat is de betekenis van toestromen?
Toestromen is een werkwoord. De betekenis is: in groten getale of grote hoeveelheid naar iets toegaan. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik toestromen?
Zo vervoeg je toestromen zo: het voltooid deelwoord is toegestroomd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toestromen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. R 2
  7. O 1
  8. M 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toestromen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. R 2
  7. O 1
  8. M 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 zonder bonus
  12. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toestromen in het kort

toestromen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van toestromen staan er 46 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort toestromen bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

toestromen: in groten getale of grote hoeveelheid naar iets toegaan
Deel toestromen — standaardnederlands.nl