toeslaan
werkwoord ˈtuslanBetekenis
- een onverwachte gebeurtenis die plaatsvindt met onprettige gevolgen
- de kans grijpen
- aanvallen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Hoe spreek je toeslaan uit?
/ˈtuslan/
Toeslaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| u | boek |
| s | sok |
| l | land |
| a | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van toeslaan
toeslaanhele werkwoord — sloeg toeverleden tijd enkelvoud — sloegen toeverleden tijd meervoud — toegeslagenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sla toe | sloeg toe |
| jij | slaat toe | sloeg toe |
| hij, zij, het | slaat toe | sloeg toe |
| wij | slaan toe | sloegen toe |
| jullie | slaan toe | sloegen toe |
| zij | slaan toe | sloegen toe |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben toegeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent toegeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is toegeslagen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was toegeslagen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd toegeslagen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt toegeslagen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal toegeslagen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal toegeslagen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou toegeslagen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou toegeslagen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had toegeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had toegeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had toegeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden toegeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden toegeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden toegeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt toegeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb toegeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben toegeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben toegeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt toegeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is toegeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is toegeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sla toe | gebiedende wijs |
| sloeg toe | verleden tijd |
| te hebben toegeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen toeslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe te slaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toe te zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe zal slaan | bijzin, toekomende tijd |
| toe zou slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zouden slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zoudt slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toe zullen slaan | bijzin, toekomende tijd |
| toe zult slaan | bijzin, toekomende tijd |
| toegeslagen | verleden tijd, deelwoord |
| toegeslagen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegeslagen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegeslagen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegeslagen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegeslagen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegeslagen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegeslagen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegeslagen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegeslagen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegeslagen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toesla | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toeslaand | onvoltooid, deelwoord |
| toeslaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toesloeg | bijzin, verleden tijd |
| toesloegen | bijzin, verleden tijd |
| waart toegeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren toegeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren toegeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren toegeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was toegeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was toegeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was toegeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd toegeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd toegeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd toegeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden toegeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden toegeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden toegeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt toegeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word toegeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden toegeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden toegeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden toegeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt toegeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt toegeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal toegeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal toegeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toegeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal toegeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toeslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal toeslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal toeslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal toeslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zijn toegeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn toegeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn toegeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt toegeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou toegeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toegeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou toegeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toeslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou toeslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou toeslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou toeslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) toeslaan toe zou(dt) slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden toegeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toegeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toegeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toegeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toegeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toeslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toeslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toeslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden toeslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt toegeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toegeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toegeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toeslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt toeslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen toegeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toegeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen toegeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toegeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toegeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toegeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toegeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toegeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen toegeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toeslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen toeslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toeslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toeslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen toeslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult toegeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van toe bw en slaan ww
Woordfamilie van toeslaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sla toe | gebiedende wijs | toeslaan |
| slaan toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | toeslaan |
| slaat toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | toeslaan |
| sloeg toe | verleden tijd | toeslaan |
| sloegen toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | toeslaan |
| toegeslagen | voltooid deelwoord | toeslaan |
| toesla | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toeslaan |
| toeslaand | onvoltooid deelwoord | toeslaan |
| toeslaande | woordvorm | toeslaan |
| toeslaat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toeslaan |
| toesloeg | subordinate-clause, verleden tijd | toeslaan |
| toesloegen | subordinate-clause, verleden tijd | toeslaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toeslaan zijn vastgelegd.