Naar de inhoud

toeslaan

een onverwachte gebeurtenis die plaatsvindt met onprettige gevolgen

toeslaan

werkwoord ˈtuslan

Betekenis

  1. een onverwachte gebeurtenis die plaatsvindt met onprettige gevolgen
  2. de kans grijpen
  3. aanvallen
  4. tweede betekenisomschrijving
  5. enz.

Hoe spreek je toeslaan uit?

/ˈtuslan/

Toeslaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈtuslan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
u boek
s sok
l land
a maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van toeslaan

toeslaanhele werkwoord — sloeg toeverleden tijd enkelvoud — sloegen toeverleden tijd meervoud — toegeslagenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sla toe sloeg toe
jij slaat toe sloeg toe
hij, zij, het slaat toe sloeg toe
wij slaan toe sloegen toe
jullie slaan toe sloegen toe
zij slaan toe sloegen toe
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben toegeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent toegeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is toegeslagen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was toegeslagen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd toegeslagen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt toegeslagen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal toegeslagen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal toegeslagen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou toegeslagen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou toegeslagen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had toegeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had toegeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had toegeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden toegeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden toegeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden toegeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt toegeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb toegeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegeslagen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben toegeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben toegeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt toegeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is toegeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is toegeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sla toe gebiedende wijs
sloeg toe verleden tijd
te hebben toegeslagen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toeslaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe te slaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toe te zullen slaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe zal slaan bijzin, toekomende tijd
toe zou slaan bijzin, voorwaardelijk
toe zouden slaan bijzin, voorwaardelijk
toe zoudt slaan bijzin, voorwaardelijk
toe zullen slaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toe zullen slaan bijzin, toekomende tijd
toe zult slaan bijzin, toekomende tijd
toegeslagen verleden tijd, deelwoord
toegeslagen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegeslagen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegeslagen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegeslagen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegeslagen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegeslagen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegeslagen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegeslagen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegeslagen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegeslagen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toesla bijzin, tegenwoordige tijd
toeslaand onvoltooid, deelwoord
toeslaat bijzin, tegenwoordige tijd
toesloeg bijzin, verleden tijd
toesloegen bijzin, verleden tijd
waart toegeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren toegeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was toegeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was toegeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was toegeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd toegeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd toegeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd toegeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden toegeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden toegeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden toegeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt toegeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word toegeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden toegeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden toegeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden toegeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt toegeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt toegeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal toegeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal toegeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toegeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal toegeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toeslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toeslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toeslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal toeslaan bijzin, toekomende tijd
zijn toegeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn toegeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn toegeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt toegeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou toegeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toegeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou toegeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toeslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toeslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toeslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou toeslaan bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) toeslaan toe zou(dt) slaan bijzin, voorwaardelijk
zouden toegeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toegeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toegeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toegeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toegeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toeslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toeslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toeslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden toeslaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt toegeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toegeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toegeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toeslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt toeslaan bijzin, voorwaardelijk
zullen toegeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toegeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toegeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toegeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toegeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toeslaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toeslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toeslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toeslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen toeslaan bijzin, toekomende tijd
zult toegeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van toe bw en slaan ww

Woordfamilie van toeslaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
sla toe gebiedende wijs toeslaan
slaan toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon toeslaan
slaat toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toeslaan
sloeg toe verleden tijd toeslaan
sloegen toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toeslaan
toegeslagen voltooid deelwoord toeslaan
toesla subordinate-clause, tegenwoordige tijd toeslaan
toeslaand onvoltooid deelwoord toeslaan
toeslaande woordvorm toeslaan
toeslaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd toeslaan
toesloeg subordinate-clause, verleden tijd toeslaan
toesloegen subordinate-clause, verleden tijd toeslaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toeslaan zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over toeslaan

Hoe spreek ik toeslaan uit?
Zo spreek je toeslaan uit: /ˈtuslan/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van toeslaan?
Toeslaan is een werkwoord. De betekenis is: een onverwachte gebeurtenis die plaatsvindt met onprettige gevolgen. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik toeslaan?
Zo vervoeg je toeslaan zo: het voltooid deelwoord is toegeslagen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toeslaan is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. S 2
  5. L 3
  6. A 1
  7. A 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toeslaan levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. S 2
  5. L 3
  6. A 1
  7. A 1
  8. N 1
  9. 12 zonder bonus
  10. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toeslaan in het kort

toeslaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van toeslaan staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort toeslaan bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

toeslaan: een onverwachte gebeurtenis die plaatsvindt met onprettige gevolgen
Deel toeslaan — standaardnederlands.nl