toeslag
zelfstandig naamwoord ˈtuslɑxBetekenis
- een bonus vanwege een specifieke situatie
Hoe spreek je toeslag uit?
/ˈtuslɑx/
Toeslag bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| u | boek |
| s | sok |
| l | land |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- aanvullend te betalen bedrag, heffing
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| toeslagen | meervoud |
| toeslagje | verkleinwoord, enkelvoud |
| toeslagjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘bijgevoegd bedrag’ voor het eerst aangetroffen in 1909
Woordfamilie van toeslag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toeslagen | meervoud | toeslag |
| toeslagje | verkleinwoord | toeslag |
| toeslagjes | verkleinwoord meervoud | toeslag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toeslag zijn vastgelegd.