toelopen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- toeschieten, toesnellen, afgaan op, afkomen op, gaan naar
- uitlopen, eindigen
Vervoeging van toelopen
toelopenhele werkwoord — liep toeverleden tijd enkelvoud — liepen toeverleden tijd meervoud — toegelopenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | loop toe | liep toe |
| jij | loopt toe | liep toe |
| hij, zij, het | loopt toe | liep toe |
| wij | lopen toe | liepen toe |
| jullie | lopen toe | liepen toe |
| zij | lopen toe | liepen toe |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben toegelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent toegelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is toegelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is toegelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| liep toe | verleden tijd |
| loop toe | gebiedende wijs |
| te zijn toegelopen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen toelopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe te lopen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toe te zullen lopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe zal lopen | bijzin, toekomende tijd |
| toe zou lopen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zouden lopen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zoudt lopen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zullen lopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toe zullen lopen | bijzin, toekomende tijd |
| toe zult lopen | bijzin, toekomende tijd |
| toegelopen | verleden tijd, deelwoord |
| toegelopen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegelopen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toeliep | bijzin, verleden tijd |
| toeliepen | bijzin, verleden tijd |
| toeloop | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toeloopt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toelopend | onvoltooid, deelwoord |
| waart toegelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren toegelopen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren toegelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren toegelopen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was toegelopen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was toegelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was toegelopen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal toegelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal toegelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toelopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal toelopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal toelopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal toelopen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn toegelopen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn toegelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn toegelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn toegelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt toegelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou toegelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toelopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou toelopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou toelopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou toelopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) toelopen toe zou(dt) lopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden toegelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toelopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toelopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toelopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden toelopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt toegelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toelopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt toelopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen toegelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toegelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen toegelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toelopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen toelopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toelopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toelopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen toelopen | bijzin, toekomende tijd |
| zult toegelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult toelopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult toelopen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal toelopen toe zult/zal lopen | bijzin, toekomende tijd |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord toeloop
Herkomst
samenstelling van toe en lopen
Woordfamilie van toelopen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| liep toe | verleden tijd | toelopen |
| liepen toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | toelopen |
| loop toe | gebiedende wijs | toelopen |
| loopt toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | toelopen |
| lope toe | woordvorm | toelopen |
| lopen toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | toelopen |
| toegelopen | voltooid deelwoord | toelopen |
| toeliep | subordinate-clause, verleden tijd | toelopen |
| toeliepen | subordinate-clause, verleden tijd | toelopen |
| toeloopt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toelopen |
| toelope | with-subordinate-clause | toelopen |
| toelopend | onvoltooid deelwoord | toelopen |
| toelopende | woordvorm | toelopen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toelopen zijn vastgelegd.