toeloop
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈtulopBetekenis
- het naar iets toekomen
Hoe spreek je toeloop uit?
/ˈtulop/
Toeloop bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| u | boek |
| l | land |
| o | boot |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- stroom van mensen naar een bepaald punt, vaak in de betekenis: komst van een groot aantal belangstellenden
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van toelopen
Vervoeging van toeloop
toeloophele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] toeloop | canonical |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaalde sprong bij het kunstrijden op de schaats, waarbij je je met de rechterschaats naar buiten toe afzet, terwijl je de tandjes voorop de linkerschaats in het ijs drukt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| toeloops | enkelvoud |
Woordfamilie van toeloop
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toeloops | enkelvoud | toeloop |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toeloop zijn vastgelegd.