Naar de inhoud

toehappen

met graagte op ingaan, een gelegenheid aangrijpen

toehappen

werkwoord

Betekenis

  1. met graagte op ingaan, een gelegenheid aangrijpen

Vervoeging van toehappen

toehappenhele werkwoord — hapte toeverleden tijd enkelvoud — hapten toeverleden tijd meervoud — toegehaptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hap toe hapte toe
jij hapt toe hapte toe
hij, zij, het hapt toe hapte toe
wij happen toe hapten toe
jullie happen toe hapten toe
zij happen toe hapten toe
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had toegehapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had toegehapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had toegehapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden toegehapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden toegehapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden toegehapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt toegehapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hap toe gebiedende wijs
hapte toe verleden tijd
heb toegehapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegehapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben toegehapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegehapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben toegehapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt toegehapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegehapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegehapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben toegehapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toehappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe te happen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toe te zullen happen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe zal happen bijzin, toekomende tijd
toe zou happen bijzin, voorwaardelijk
toe zouden happen bijzin, voorwaardelijk
toe zoudt happen bijzin, voorwaardelijk
toe zullen happen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toe zullen happen bijzin, toekomende tijd
toe zult happen bijzin, toekomende tijd
toegehapt verleden tijd, deelwoord
toegehapt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegehapt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toehap bijzin, tegenwoordige tijd
toehappend onvoltooid, deelwoord
toehapt bijzin, tegenwoordige tijd
toehapte bijzin, verleden tijd
toehapten bijzin, verleden tijd
zal toegehapt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegehapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal toegehapt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toehappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toehappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toehappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal toehappen bijzin, toekomende tijd
zou toegehapt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegehapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegehapt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toehappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toehappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toehappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou toehappen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) toehappen toe zou(dt) happen bijzin, voorwaardelijk
zouden toegehapt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegehapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegehapt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toehappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toehappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toehappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden toehappen bijzin, voorwaardelijk
zoudt toegehapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toehappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt toehappen bijzin, voorwaardelijk
zullen toegehapt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegehapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegehapt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toehappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toehappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toehappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toehappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen toehappen bijzin, toekomende tijd
zult toegehapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult toehappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult toehappen bijzin, toekomende tijd
zult/zal toehappen toe zult/zal happen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van toe bw en happen ww

Woordfamilie van toehappen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
hap toe gebiedende wijs toehappen
happe toe woordvorm toehappen
happen toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon toehappen
hapt toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toehappen
hapte toe verleden tijd toehappen
hapten toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toehappen
toegehapt voltooid deelwoord toehappen
toehap subordinate-clause, tegenwoordige tijd toehappen
toehappe with-subordinate-clause toehappen
toehappend onvoltooid deelwoord toehappen
toehappende woordvorm toehappen
toehapt subordinate-clause, tegenwoordige tijd toehappen
toehapte subordinate-clause, verleden tijd toehappen
toehapten subordinate-clause, verleden tijd toehappen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toehappen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over toehappen

Wat is de betekenis van toehappen?
Toehappen is een werkwoord. De betekenis is: met graagte op ingaan, een gelegenheid aangrijpen.
Hoe vervoeg ik toehappen?
Zo vervoeg je toehappen zo: het voltooid deelwoord is toegehapt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toehappen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. H 4
  5. A 1
  6. P 3
  7. P 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toehappen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. H 4
  5. A 1
  6. P 4
  7. P 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toehappen in het kort

toehappen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van toehappen staan er 45 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort toehappen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

toehappen: met graagte op ingaan, een gelegenheid aangrijpen
Deel toehappen — standaardnederlands.nl