toedragen
werkwoordBetekenis
- bepaalde gevoelens voor iets of iemand hebben
- gebeuren, geschieden
Vervoeging van toedragen
toedragenhele werkwoord — droeg toeverleden tijd enkelvoud — droegen toeverleden tijd meervoud — toegedragenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | draag toe | droeg toe |
| jij | draagt toe | droeg toe |
| hij, zij, het | draagt toe | droeg toe |
| wij | dragen toe | droegen toe |
| jullie | dragen toe | droegen toe |
| zij | dragen toe | droegen toe |
Alle 158 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben toegedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent toegedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| draag toe | gebiedende wijs |
| draag u/je toe, draagt je toe | gebiedende wijs |
| droeg toe | verleden tijd |
| er is toegedragen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was toegedragen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd toegedragen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt toegedragen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal toegedragen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal toegedragen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou toegedragen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou toegedragen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had toegedragen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had toegedragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had toegedragen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden toegedragen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden toegedragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden toegedragen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt toegedragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb toegedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegedragen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben toegedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben toegedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt toegedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is toegedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is toegedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben toegedragen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen toedragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe te dragen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toe te zullen dragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe zal dragen | bijzin, toekomende tijd |
| toe zou dragen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zouden dragen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zoudt dragen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zullen dragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toe zullen dragen | bijzin, toekomende tijd |
| toe zult dragen | bijzin, toekomende tijd |
| toedraag | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toedraagt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toedragend | onvoltooid, deelwoord |
| toedroeg | bijzin, verleden tijd |
| toedroegen | bijzin, verleden tijd |
| toegedragen | verleden tijd, deelwoord |
| toegedragen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegedragen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegedragen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegedragen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegedragen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegedragen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegedragen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegedragen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegedragen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegedragen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waart toegedragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren toegedragen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren toegedragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren toegedragen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was toegedragen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was toegedragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was toegedragen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd toegedragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd toegedragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd toegedragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden toegedragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden toegedragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden toegedragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt toegedragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word toegedragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden toegedragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden toegedragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden toegedragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt toegedragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt toegedragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal me toedragen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal toedragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal toedragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal toedragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal toedragen | bijzin, toekomende tijd |
| zal toegedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal toegedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toegedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal toegedragen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegedragen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zich toedragen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je toedragen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich toedragend | onvoltooid, deelwoord |
| zich toegedragen hebben | verleden tijd |
| zijn toegedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn toegedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn toegedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt toegedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou toedragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou toedragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou toedragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou toedragen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou toegedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toegedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou toegedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegedragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegedragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegedragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) toedragen toe zou(dt) dragen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden toedragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toedragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toedragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden toedragen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden toegedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toegedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toegedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toegedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toegedragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegedragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegedragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt toedragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt toedragen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt toegedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toegedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toegedragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen je toedragen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons toedragen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen toedragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen toedragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toedragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toedragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen toedragen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen toegedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toegedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van toe en dragen
Woordfamilie van toedragen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| draag toe | gebiedende wijs | toedragen |
| draagt toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | toedragen |
| drage toe | woordvorm | toedragen |
| dragen toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | toedragen |
| droeg toe | verleden tijd | toedragen |
| droegen toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | toedragen |
| toedraag | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toedragen |
| toedraagt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toedragen |
| toedrage | with-subordinate-clause | toedragen |
| toedragend | onvoltooid deelwoord | toedragen |
| toedragende | woordvorm | toedragen |
| toedroeg | subordinate-clause, verleden tijd | toedragen |
| toedroegen | subordinate-clause, verleden tijd | toedragen |
| toegedragen | voltooid deelwoord | toedragen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toedragen zijn vastgelegd.