Naar de inhoud

titelen

betitelen

titelen

werkwoord

Betekenis

  1. betitelen

Vervoeging van titelen

titelenhele werkwoord — titeldeverleden tijd enkelvoud — titeldenverleden tijd meervoud — getiteldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik titel titelde
jij titelt titelde
hij, zij, het titelt titelde
wij titelen titelden
jullie titelen titelden
zij titelen titelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
getiteld verleden tijd, deelwoord
getiteld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getiteld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getiteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getiteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getiteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getiteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getiteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getiteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getiteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getiteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getiteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getiteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getiteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getiteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getiteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getiteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getiteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben getiteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te titelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen titelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
titel gebiedende wijs
titelde verleden tijd
titele aanvoegende wijs
titelend onvoltooid, deelwoord
zal getiteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getiteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getiteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal titelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal titelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal titelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou getiteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getiteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getiteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou titelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou titelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou titelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getiteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getiteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getiteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden titelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden titelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden titelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getiteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt titelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getiteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getiteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getiteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen titelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen titelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen titelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen titelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getiteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult titelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van titel met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van titelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getiteld voltooid deelwoord titelen
titelde verleden tijd titelen
titelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon titelen
titele aanvoegende wijs titelen
titelend onvoltooid deelwoord titelen
titelende woordvorm titelen
titelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon titelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van titelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over titelen

Wat betekent titelen?
Titelen is een werkwoord. Het woord betekent: betitelen.
Hoe vervoeg je titelen?
Je vervoegt titelen als volgt: de tegenwoordige tijd is titel, de verleden tijd is titelde en het voltooid deelwoord is getiteld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord titelen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. I 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

titelen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 94 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 94 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

titelen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

titelen in het kort

titelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van titelen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort titelen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

titelen: betitelen
Deel titelen — standaardnederlands.nl