Naar de inhoud

terugtrekken

een eerder binnengetroken of veroverd gebied verlaten

terugtrekken

werkwoord

Betekenis

  1. een eerder binnengetroken of veroverd gebied verlaten
  2. een uitgestoken lichaamsdeel weer verwijderen

werkwoord

  1. naar een minder openbare of zichtbare plaats gaan reflexive

Vervoeging van terugtrekken

terugtrekkenhele werkwoord — trok terugverleden tijd enkelvoud — trokken terugverleden tijd meervoud — teruggetrokkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik trek terug trok terug
jij trekt terug trok terug
hij, zij, het trekt terug trok terug
wij trekken terug trokken terug
jullie trekken terug trokken terug
zij trekken terug trokken terug
Alle 159 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben teruggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent teruggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is teruggetrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was teruggetrokken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd teruggetrokken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt teruggetrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal teruggetrokken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal teruggetrokken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou teruggetrokken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou teruggetrokken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had teruggetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had teruggetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had teruggetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden teruggetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden teruggetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden teruggetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt teruggetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb teruggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben teruggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben teruggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt teruggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is teruggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is teruggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben teruggetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen terugtrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug te trekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terug te zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug zal trekken bijzin, toekomende tijd
terug zou trekken bijzin, voorwaardelijk
terug zouden trekken bijzin, voorwaardelijk
terug zoudt trekken bijzin, voorwaardelijk
terug zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terug zullen trekken bijzin, toekomende tijd
terug zult trekken bijzin, toekomende tijd
teruggetrokken verleden tijd, deelwoord
teruggetrokken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggetrokken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggetrokken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggetrokken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggetrokken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggetrokken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggetrokken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggetrokken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggetrokken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggetrokken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
terugtrek bijzin, tegenwoordige tijd
terugtrekkend onvoltooid, deelwoord
terugtrekt bijzin, tegenwoordige tijd
terugtrok bijzin, verleden tijd
terugtrokken bijzin, verleden tijd
terugtrokt bijzin, verleden tijd
trek terug gebiedende wijs
trek u/je terug, trekt je terug gebiedende wijs
trok terug verleden tijd
waart teruggetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren teruggetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was teruggetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was teruggetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was teruggetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd teruggetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd teruggetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd teruggetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden teruggetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden teruggetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden teruggetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt teruggetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word teruggetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden teruggetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden teruggetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden teruggetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt teruggetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt teruggetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me terugtrekken eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal teruggetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal teruggetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal teruggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal teruggetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal terugtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal terugtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal terugtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal terugtrekken bijzin, toekomende tijd
zal zich terugtrekken derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je terugtrekken tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich teruggetrokken hebben verleden tijd
zich terugtrekkend onvoltooid, deelwoord
zijn teruggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn teruggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn teruggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt teruggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou teruggetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou teruggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou teruggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou terugtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou terugtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou terugtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou terugtrekken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) terugtrekken terug zou(dt) trekken bijzin, voorwaardelijk
zouden teruggetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden teruggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden teruggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden terugtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden terugtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden terugtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden terugtrekken bijzin, voorwaardelijk
zoudt teruggetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt terugtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt terugtrekken bijzin, voorwaardelijk
zullen je terugtrekken tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons terugtrekken eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen teruggetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen teruggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen teruggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon

Herkomst

samenstelling van terug bw en trekken ww

Woordfamilie van terugtrekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
teruggetrokken voltooid deelwoord terugtrekken
terugtrek subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugtrekken
terugtrekke with-subordinate-clause terugtrekken
terugtrekkend onvoltooid deelwoord terugtrekken
terugtrekkende woordvorm terugtrekken
terugtrekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugtrekken
terugtrok subordinate-clause, verleden tijd terugtrekken
terugtrokken subordinate-clause, verleden tijd terugtrekken
trek terug gebiedende wijs terugtrekken
trekke terug woordvorm terugtrekken
trekken terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon terugtrekken
trekt terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon terugtrekken
trok terug verleden tijd terugtrekken
trokken terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon terugtrekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugtrekken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over terugtrekken

Wat betekent terugtrekken?
Terugtrekken is een werkwoord. Het woord betekent: een eerder binnengetroken of veroverd gebied verlaten. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je terugtrekken?
Je vervoegt terugtrekken als volgt: het voltooid deelwoord is teruggetrokken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord terugtrekken is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 4
  5. G 3
  6. T 2
  7. R 2
  8. E 1
  9. K 3
  10. K 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

terugtrekken levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 2
  5. G 3
  6. T 2
  7. R 2
  8. E 1
  9. K 3
  10. K 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 zonder bonus
  14. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

terugtrekken in het kort

terugtrekken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van terugtrekken zijn 101 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort terugtrekken bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

terugtrekken: een eerder binnengetroken of veroverd gebied verlaten
Deel terugtrekken — standaardnederlands.nl