terugsturen
werkwoordBetekenis
- iets (of iemand) weer naar de plaats doen vertrekken waar het vandaan kwam
Vervoeging van terugsturen
terugsturenhele werkwoord — stuurde terugverleden tijd enkelvoud — stuurden terugverleden tijd meervoud — teruggestuurdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stuur terug | stuurde terug |
| jij | stuurt terug | stuurde terug |
| hij, zij, het | stuurt terug | stuurde terug |
| wij | sturen terug | stuurden terug |
| jullie | sturen terug | stuurden terug |
| zij | sturen terug | stuurden terug |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben teruggestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent teruggestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is teruggestuurd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was teruggestuurd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd teruggestuurd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt teruggestuurd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal teruggestuurd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal teruggestuurd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou teruggestuurd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou teruggestuurd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had teruggestuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had teruggestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had teruggestuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden teruggestuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden teruggestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden teruggestuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt teruggestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb teruggestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben teruggestuurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben teruggestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben teruggestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben teruggestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt teruggestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft teruggestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft teruggestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is teruggestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is teruggestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| stuur terug | gebiedende wijs |
| stuurde terug | verleden tijd |
| te hebben teruggestuurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen terugsturen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terug te sturen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| terug te zullen sturen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terug zal sturen | bijzin, toekomende tijd |
| terug zou sturen | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zouden sturen | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zoudt sturen | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zullen sturen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terug zullen sturen | bijzin, toekomende tijd |
| terug zult sturen | bijzin, toekomende tijd |
| teruggestuurd | verleden tijd, deelwoord |
| teruggestuurd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| teruggestuurd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| teruggestuurd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggestuurd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggestuurd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggestuurd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| teruggestuurd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| teruggestuurd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| teruggestuurd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| teruggestuurd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terugsturend | onvoltooid, deelwoord |
| terugstuur | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terugstuurde | bijzin, verleden tijd |
| terugstuurden | bijzin, verleden tijd |
| terugstuurt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| waart teruggestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren teruggestuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren teruggestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren teruggestuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was teruggestuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was teruggestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was teruggestuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd teruggestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd teruggestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd teruggestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden teruggestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden teruggestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden teruggestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt teruggestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word teruggestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden teruggestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden teruggestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden teruggestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt teruggestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt teruggestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal teruggestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal teruggestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal teruggestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal teruggestuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggestuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal terugsturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal terugsturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal terugsturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal terugsturen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn teruggestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn teruggestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn teruggestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt teruggestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou teruggestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou teruggestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou teruggestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou terugsturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou terugsturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou terugsturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou terugsturen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) terugsturen terug zou(dt) sturen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden teruggestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden teruggestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden teruggestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden teruggestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden teruggestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden teruggestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden teruggestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden teruggestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden teruggestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden terugsturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden terugsturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden terugsturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden terugsturen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt teruggestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt teruggestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt teruggestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt terugsturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt terugsturen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen teruggestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen teruggestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen teruggestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen teruggestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen teruggestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen teruggestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen teruggestuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen teruggestuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen teruggestuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen terugsturen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen terugsturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen terugsturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen terugsturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen terugsturen | bijzin, toekomende tijd |
| zult teruggestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van terug bw en sturen ww
Woordfamilie van terugsturen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sture terug | woordvorm | terugsturen |
| sturen terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | terugsturen |
| stuur terug | gebiedende wijs | terugsturen |
| stuurde terug | verleden tijd | terugsturen |
| stuurden terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | terugsturen |
| stuurt terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | terugsturen |
| teruggestuurd | voltooid deelwoord | terugsturen |
| teruggestuurde | woordvorm | terugsturen |
| terugsture | with-subordinate-clause | terugsturen |
| terugsturend | onvoltooid deelwoord | terugsturen |
| terugsturende | woordvorm | terugsturen |
| terugstuur | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terugsturen |
| terugstuurde | subordinate-clause, verleden tijd | terugsturen |
| terugstuurden | subordinate-clause, verleden tijd | terugsturen |
| terugstuurt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terugsturen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugsturen zijn vastgelegd.