Naar de inhoud

terugkrijgen

iets dat verloren of uit handen gegeven was opnieuw in bezit gegeven worden

terugkrijgen

werkwoord

Betekenis

  1. iets dat verloren of uit handen gegeven was opnieuw in bezit gegeven worden
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van terugkrijgen

terugkrijgenhele werkwoord — kreeg terugverleden tijd enkelvoud — kregen terugverleden tijd meervoud — teruggekregenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik krijg terug kreeg terug
jij krijgt terug kreeg terug
hij, zij, het krijgt terug kreeg terug
wij krijgen terug kregen terug
jullie krijgen terug kregen terug
zij krijgen terug kregen terug
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben teruggekregen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent teruggekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is teruggekregen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was teruggekregen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd teruggekregen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt teruggekregen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal teruggekregen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal teruggekregen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou teruggekregen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou teruggekregen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had teruggekregen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had teruggekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had teruggekregen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden teruggekregen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden teruggekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden teruggekregen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt teruggekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb teruggekregen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggekregen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben teruggekregen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben teruggekregen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt teruggekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggekregen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is teruggekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is teruggekregen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kreeg terug verleden tijd
krijg terug gebiedende wijs
te hebben teruggekregen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen terugkrijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug te krijgen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terug te zullen krijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug zal krijgen bijzin, toekomende tijd
terug zou krijgen bijzin, voorwaardelijk
terug zouden krijgen bijzin, voorwaardelijk
terug zoudt krijgen bijzin, voorwaardelijk
terug zullen krijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terug zullen krijgen bijzin, toekomende tijd
terug zult krijgen bijzin, toekomende tijd
teruggekregen verleden tijd, deelwoord
teruggekregen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggekregen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggekregen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggekregen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggekregen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggekregen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggekregen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggekregen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggekregen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggekregen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
terugkreeg bijzin, verleden tijd
terugkreegt bijzin, verleden tijd
terugkregen bijzin, verleden tijd
terugkrijg bijzin, tegenwoordige tijd
terugkrijgend onvoltooid, deelwoord
terugkrijgt bijzin, tegenwoordige tijd
waart teruggekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggekregen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren teruggekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggekregen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was teruggekregen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was teruggekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was teruggekregen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd teruggekregen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd teruggekregen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd teruggekregen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden teruggekregen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden teruggekregen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden teruggekregen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt teruggekregen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word teruggekregen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden teruggekregen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden teruggekregen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden teruggekregen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt teruggekregen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt teruggekregen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal teruggekregen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggekregen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal teruggekregen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal teruggekregen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggekregen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal teruggekregen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggekregen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal terugkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal terugkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal terugkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal terugkrijgen bijzin, toekomende tijd
zijn teruggekregen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn teruggekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn teruggekregen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt teruggekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou teruggekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou teruggekregen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggekregen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou teruggekregen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggekregen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggekregen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggekregen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou terugkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou terugkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou terugkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou terugkrijgen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) terugkrijgen terug zou(dt) krijgen bijzin, voorwaardelijk
zouden teruggekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggekregen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden teruggekregen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden teruggekregen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggekregen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggekregen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggekregen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden terugkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden terugkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden terugkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden terugkrijgen bijzin, voorwaardelijk
zoudt teruggekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggekregen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggekregen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt terugkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt terugkrijgen bijzin, voorwaardelijk
zullen teruggekregen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggekregen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggekregen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggekregen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen teruggekregen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen teruggekregen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggekregen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggekregen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggekregen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen terugkrijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen terugkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen terugkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen terugkrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen terugkrijgen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van terug bw en krijgen ww

Woordfamilie van terugkrijgen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kreeg terug verleden tijd terugkrijgen
kregen terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon terugkrijgen
krijg terug gebiedende wijs terugkrijgen
krijge terug woordvorm terugkrijgen
krijgen terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon terugkrijgen
krijgt terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon terugkrijgen
teruggekregen voltooid deelwoord terugkrijgen
terugkreeg subordinate-clause, verleden tijd terugkrijgen
terugkregen subordinate-clause, verleden tijd terugkrijgen
terugkrijg subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugkrijgen
terugkrijge with-subordinate-clause terugkrijgen
terugkrijgend onvoltooid deelwoord terugkrijgen
terugkrijgende woordvorm terugkrijgen
terugkrijgt subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugkrijgen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugkrijgen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over terugkrijgen

Wat is de betekenis van terugkrijgen?
Terugkrijgen is een werkwoord. De betekenis is: iets dat verloren of uit handen gegeven was opnieuw in bezit gegeven worden. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik terugkrijgen?
Zo vervoeg je terugkrijgen zo: het voltooid deelwoord is teruggekregen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord terugkrijgen is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 4
  5. G 3
  6. K 3
  7. R 2
  8. I 1
  9. J 4
  10. G 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

terugkrijgen levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 2
  5. G 3
  6. K 3
  7. R 2
  8. I 2
  9. J 4
  10. G 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 26 zonder bonus
  14. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

terugkrijgen in het kort

terugkrijgen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van terugkrijgen staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort terugkrijgen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

terugkrijgen: iets dat verloren of uit handen gegeven was opnieuw in bezit gegeven worden
Deel terugkrijgen — standaardnederlands.nl