Naar de inhoud

terugkoppelen

een uitgangssignaal terugleiden naar de ingang

terugkoppelen

werkwoord

Betekenis

  1. een uitgangssignaal terugleiden naar de ingang
  2. (ideeën) voorleggen aan de achterban

werkwoord

  1. voorleggen aan de achterban

Vervoeging van terugkoppelen

terugkoppelenhele werkwoord — koppelde terugverleden tijd enkelvoud — koppelden terugverleden tijd meervoud — teruggekoppeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik koppel terug koppelde terug
jij koppelt terug koppelde terug
hij, zij, het koppelt terug koppelde terug
wij koppelen terug koppelden terug
jullie koppelen terug koppelden terug
zij koppelen terug koppelden terug
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is teruggekoppeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was teruggekoppeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd teruggekoppeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt teruggekoppeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal teruggekoppeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal teruggekoppeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou teruggekoppeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou teruggekoppeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had teruggekoppeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had teruggekoppeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had teruggekoppeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden teruggekoppeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden teruggekoppeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden teruggekoppeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt teruggekoppeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb teruggekoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggekoppeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben teruggekoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggekoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben teruggekoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt teruggekoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggekoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggekoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
koppel terug gebiedende wijs
koppelde terug verleden tijd
te hebben teruggekoppeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen terugkoppelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug te koppelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terug te zullen koppelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug zal koppelen bijzin, toekomende tijd
terug zou koppelen bijzin, voorwaardelijk
terug zouden koppelen bijzin, voorwaardelijk
terug zoudt koppelen bijzin, voorwaardelijk
terug zullen koppelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terug zullen koppelen bijzin, toekomende tijd
terug zult koppelen bijzin, toekomende tijd
teruggekoppeld verleden tijd, deelwoord
teruggekoppeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggekoppeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
terugkoppel bijzin, tegenwoordige tijd
terugkoppelde bijzin, verleden tijd
terugkoppelden bijzin, verleden tijd
terugkoppelend onvoltooid, deelwoord
terugkoppelt bijzin, tegenwoordige tijd
zal teruggekoppeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggekoppeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal teruggekoppeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal terugkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal terugkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal terugkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal terugkoppelen bijzin, toekomende tijd
zou teruggekoppeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggekoppeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggekoppeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou terugkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou terugkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou terugkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou terugkoppelen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) terugkoppelen terug zou(dt) koppelen bijzin, voorwaardelijk
zouden teruggekoppeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggekoppeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggekoppeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden terugkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden terugkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden terugkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden terugkoppelen bijzin, voorwaardelijk
zoudt teruggekoppeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt terugkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt terugkoppelen bijzin, voorwaardelijk
zullen teruggekoppeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggekoppeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggekoppeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen terugkoppelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen terugkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen terugkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen terugkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen terugkoppelen bijzin, toekomende tijd
zult teruggekoppeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult terugkoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult terugkoppelen bijzin, toekomende tijd
zult/zal terugkoppelen terug zult/zal koppelen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van terug bw en koppelen ww

Woordfamilie van terugkoppelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
koppel terug gebiedende wijs terugkoppelen
koppelde terug verleden tijd terugkoppelen
koppelden terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon terugkoppelen
koppele terug woordvorm terugkoppelen
koppelen terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon terugkoppelen
koppelt terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon terugkoppelen
teruggekoppeld voltooid deelwoord terugkoppelen
teruggekoppelde woordvorm terugkoppelen
terugkoppel subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugkoppelen
terugkoppelde subordinate-clause, verleden tijd terugkoppelen
terugkoppelden subordinate-clause, verleden tijd terugkoppelen
terugkoppele with-subordinate-clause terugkoppelen
terugkoppelend onvoltooid deelwoord terugkoppelen
terugkoppelende woordvorm terugkoppelen
terugkoppelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugkoppelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugkoppelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over terugkoppelen

Wat betekent terugkoppelen?
Terugkoppelen is een werkwoord. Het woord betekent: een uitgangssignaal terugleiden naar de ingang. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je terugkoppelen?
Je vervoegt terugkoppelen als volgt: het voltooid deelwoord is teruggekoppeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord terugkoppelen is 28 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 4
  5. G 3
  6. K 3
  7. O 1
  8. P 3
  9. P 3
  10. E 1
  11. L 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 28 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

terugkoppelen levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 2
  5. G 3
  6. K 3
  7. O 1
  8. P 4
  9. P 4
  10. E 1
  11. L 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 28 zonder bonus
  15. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

terugkoppelen in het kort

terugkoppelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van terugkoppelen zijn 53 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort terugkoppelen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

terugkoppelen: een uitgangssignaal terugleiden naar de ingang
Deel terugkoppelen — standaardnederlands.nl