terugkopen
werkwoordBetekenis
- iets wat voorheen in het eigen bezit was opnieuw kopen.
Vervoeging van terugkopen
terugkopenhele werkwoord — kocht terugverleden tijd enkelvoud — kochten terugverleden tijd meervoud — teruggekochtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | koop terug | kocht terug |
| jij | koopt terug | kocht terug |
| hij, zij, het | koopt terug | kocht terug |
| wij | kopen terug | kochten terug |
| jullie | kopen terug | kochten terug |
| zij | kopen terug | kochten terug |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had teruggekocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had teruggekocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had teruggekocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden teruggekocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden teruggekocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden teruggekocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt teruggekocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb teruggekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben teruggekocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben teruggekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben teruggekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben teruggekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt teruggekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft teruggekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft teruggekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kocht terug | verleden tijd |
| koop terug | gebiedende wijs |
| te hebben teruggekocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen terugkopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terug te kopen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| terug te zullen kopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terug zal kopen | bijzin, toekomende tijd |
| terug zou kopen | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zouden kopen | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zoudt kopen | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zullen kopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terug zullen kopen | bijzin, toekomende tijd |
| terug zult kopen | bijzin, toekomende tijd |
| teruggekocht | verleden tijd, deelwoord |
| teruggekocht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggekocht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terugkocht | bijzin, verleden tijd |
| terugkochten | bijzin, verleden tijd |
| terugkoop | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terugkoopt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terugkopend | onvoltooid, deelwoord |
| zal teruggekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal teruggekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal terugkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal terugkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal terugkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal terugkopen | bijzin, toekomende tijd |
| zou teruggekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou terugkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou terugkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou terugkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou terugkopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) terugkopen terug zou(dt) kopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden teruggekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden teruggekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden teruggekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden terugkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden terugkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden terugkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden terugkopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt teruggekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt terugkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt terugkopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen teruggekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen teruggekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen teruggekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen terugkopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen terugkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen terugkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen terugkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen terugkopen | bijzin, toekomende tijd |
| zult teruggekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult terugkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult terugkopen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal terugkopen terug zult/zal kopen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van terug bw en kopen ww
Woordfamilie van terugkopen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kocht terug | verleden tijd | terugkopen |
| kochten terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | terugkopen |
| koop terug | gebiedende wijs | terugkopen |
| koopt terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | terugkopen |
| kope terug | woordvorm | terugkopen |
| kopen terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | terugkopen |
| teruggekocht | voltooid deelwoord | terugkopen |
| teruggekochte | woordvorm | terugkopen |
| terugkocht | subordinate-clause, verleden tijd | terugkopen |
| terugkochten | subordinate-clause, verleden tijd | terugkopen |
| terugkoop | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terugkopen |
| terugkoopt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terugkopen |
| terugkope | with-subordinate-clause | terugkopen |
| terugkopend | onvoltooid deelwoord | terugkopen |
| terugkopende | woordvorm | terugkopen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugkopen zijn vastgelegd.