territorium
zelfstandig naamwoordBetekenis
- grondgebied
- woongebied van een individu of een groep van dieren dat tegen indringers verdedigd wordt
- gebied, grondgebied
- territorium
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| territoria | meervoud |
| territoriumpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| territoriumpjes | verkleinwoord, meervoud |
| territoriums | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘grondgebied, woongebied’ voor het eerst aangetroffen in 1582
Woordfamilie van territorium
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| territoria | meervoud | territorium |
| territoriumpje | verkleinwoord | territorium |
| territoriumpjes | verkleinwoord meervoud | territorium |
| territoriums | meervoud | territorium |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van territorium zijn vastgelegd.