Naar de inhoud

terechtstellen

het beëindigen van een mensenleven op gerechtelijk bevel

terechtstellen

werkwoord

Betekenis

  1. het beëindigen van een mensenleven op gerechtelijk bevel

Vervoeging van terechtstellen

terechtstellenhele werkwoord — stelde terechtverleden tijd enkelvoud — stelden terechtverleden tijd meervoud — terechtgesteldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stel terecht stelde terecht
jij stelt terecht stelde terecht
hij, zij, het stelt terecht stelde terecht
wij stellen terecht stelden terecht
jullie stellen terecht stelden terecht
zij stellen terecht stelden terecht
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben terechtgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent terechtgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is terechtgesteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was terechtgesteld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd terechtgesteld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt terechtgesteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal terechtgesteld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal terechtgesteld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou terechtgesteld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou terechtgesteld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had terechtgesteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had terechtgesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had terechtgesteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden terechtgesteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden terechtgesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden terechtgesteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt terechtgesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb terechtgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben terechtgesteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben terechtgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben terechtgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben terechtgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt terechtgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft terechtgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft terechtgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is terechtgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is terechtgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stel terecht gebiedende wijs
stelde terecht verleden tijd
te hebben terechtgesteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen terechtstellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terecht te stellen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terecht te zullen stellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terecht zal stellen bijzin, toekomende tijd
terecht zou stellen bijzin, voorwaardelijk
terecht zouden stellen bijzin, voorwaardelijk
terecht zoudt stellen bijzin, voorwaardelijk
terecht zullen stellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terecht zullen stellen bijzin, toekomende tijd
terecht zult stellen bijzin, toekomende tijd
terechtgesteld verleden tijd, deelwoord
terechtgesteld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terechtgesteld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terechtgesteld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
terechtgesteld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terechtgesteld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
terechtgesteld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
terechtgesteld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
terechtgesteld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
terechtgesteld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terechtgesteld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
terechtstel bijzin, tegenwoordige tijd
terechtstelde bijzin, verleden tijd
terechtstelden bijzin, verleden tijd
terechtstellend onvoltooid, deelwoord
terechtstelt bijzin, tegenwoordige tijd
waart terechtgesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren terechtgesteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren terechtgesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren terechtgesteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was terechtgesteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was terechtgesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was terechtgesteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd terechtgesteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd terechtgesteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd terechtgesteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden terechtgesteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden terechtgesteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden terechtgesteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt terechtgesteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word terechtgesteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden terechtgesteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden terechtgesteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden terechtgesteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt terechtgesteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt terechtgesteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal terechtgesteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal terechtgesteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal terechtgesteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal terechtgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal terechtgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal terechtgesteld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal terechtgesteld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal terechtstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal terechtstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal terechtstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal terechtstellen bijzin, toekomende tijd
zijn terechtgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn terechtgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn terechtgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt terechtgesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou terechtgesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou terechtgesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou terechtgesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou terechtgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou terechtgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou terechtgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou terechtgesteld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou terechtgesteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou terechtgesteld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou terechtstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou terechtstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou terechtstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou terechtstellen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) terechtstellen terecht zou(dt) stellen bijzin, voorwaardelijk
zouden terechtgesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden terechtgesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden terechtgesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden terechtgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden terechtgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden terechtgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden terechtgesteld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden terechtgesteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden terechtgesteld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden terechtstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden terechtstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden terechtstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden terechtstellen bijzin, voorwaardelijk
zoudt terechtgesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt terechtgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt terechtgesteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt terechtstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt terechtstellen bijzin, voorwaardelijk
zullen terechtgesteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen terechtgesteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen terechtgesteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen terechtgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen terechtgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen terechtgesteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen terechtgesteld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen terechtgesteld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen terechtgesteld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen terechtstellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen terechtstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen terechtstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen terechtstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen terechtstellen bijzin, toekomende tijd
zult terechtgesteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van te (voorzetsel), recht (zelfstandig naamwoord) en stellen (werkwoord)

Woordfamilie van terechtstellen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
stel terecht gebiedende wijs terechtstellen
stelde terecht verleden tijd terechtstellen
stelden terecht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon terechtstellen
stelle terecht woordvorm terechtstellen
stellen terecht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon terechtstellen
stelt terecht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon terechtstellen
terechtgesteld voltooid deelwoord terechtstellen
terechtgestelde woordvorm terechtstellen
terechtstel subordinate-clause, tegenwoordige tijd terechtstellen
terechtstelde subordinate-clause, verleden tijd terechtstellen
terechtstelden subordinate-clause, verleden tijd terechtstellen
terechtstelle with-subordinate-clause terechtstellen
terechtstellend onvoltooid deelwoord terechtstellen
terechtstellende woordvorm terechtstellen
terechtstelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd terechtstellen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terechtstellen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over terechtstellen

Wat is de betekenis van terechtstellen?
Terechtstellen is een werkwoord. De betekenis is: het beëindigen van een mensenleven op gerechtelijk bevel.
Hoe vervoeg ik terechtstellen?
Zo vervoeg je terechtstellen zo: het voltooid deelwoord is terechtgesteld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord terechtstellen is 30 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. C 5
  6. H 4
  7. T 2
  8. S 2
  9. T 2
  10. E 1
  11. L 3
  12. L 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 30 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

terechtstellen levert met Wordfeud minimaal 30 en maximaal 120 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. C 5
  6. H 4
  7. T 2
  8. S 2
  9. T 2
  10. E 1
  11. L 3
  12. L 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 30 zonder bonus
  16. 120 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

terechtstellen in het kort

terechtstellen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van terechtstellen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort terechtstellen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

terechtstellen: het beëindigen van een mensenleven op gerechtelijk bevel
Deel terechtstellen — standaardnederlands.nl