Naar de inhoud

tentoonstellen

voor een publiek toonbaar maken

tentoonstellen

werkwoord /tɛnˈtonstɛlə(n)/

Betekenis

  1. voor een publiek toonbaar maken

Hoe spreek je tentoonstellen uit?

/tɛnˈtonstɛlən/

Tentoonstellen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /tɛnˈtonstɛlən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
ɛ bed
n nek
o boot
s sok
l land
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van tentoonstellen

tentoonstellenhele werkwoord — stelde tentoonverleden tijd enkelvoud — stelden tentoonverleden tijd meervoud — tentoongesteldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stel tentoon stelde tentoon
jij stelt tentoon stelde tentoon
hij, zij, het stelt tentoon stelde tentoon
wij stellen tentoon stelden tentoon
jullie stellen tentoon stelden tentoon
zij stellen tentoon stelden tentoon
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben tentoongesteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent tentoongesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is tentoongesteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was tentoongesteld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd tentoongesteld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt tentoongesteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal tentoongesteld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal tentoongesteld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou tentoongesteld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou tentoongesteld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had tentoongesteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had tentoongesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had tentoongesteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden tentoongesteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden tentoongesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden tentoongesteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt tentoongesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb tentoongesteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben tentoongesteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben tentoongesteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben tentoongesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben tentoongesteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt tentoongesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft tentoongesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft tentoongesteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is tentoongesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is tentoongesteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stel tentoon gebiedende wijs
stelde tentoon verleden tijd
te hebben tentoongesteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tentoonstellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tentoon te stellen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
tentoon te zullen stellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tentoon zal stellen bijzin, toekomende tijd
tentoon zou stellen bijzin, voorwaardelijk
tentoon zouden stellen bijzin, voorwaardelijk
tentoon zoudt stellen bijzin, voorwaardelijk
tentoon zullen stellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
tentoon zullen stellen bijzin, toekomende tijd
tentoon zult stellen bijzin, toekomende tijd
tentoongesteld verleden tijd, deelwoord
tentoongesteld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
tentoongesteld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
tentoongesteld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
tentoongesteld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tentoongesteld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
tentoongesteld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
tentoongesteld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
tentoongesteld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
tentoongesteld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
tentoongesteld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
tentoonstel bijzin, tegenwoordige tijd
tentoonstelde bijzin, verleden tijd
tentoonstelden bijzin, verleden tijd
tentoonstellend onvoltooid, deelwoord
tentoonstelt bijzin, tegenwoordige tijd
waart tentoongesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren tentoongesteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren tentoongesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren tentoongesteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was tentoongesteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was tentoongesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was tentoongesteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd tentoongesteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd tentoongesteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd tentoongesteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden tentoongesteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden tentoongesteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden tentoongesteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt tentoongesteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word tentoongesteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden tentoongesteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden tentoongesteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden tentoongesteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt tentoongesteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt tentoongesteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal tentoongesteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal tentoongesteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal tentoongesteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tentoongesteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal tentoongesteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal tentoongesteld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal tentoongesteld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tentoonstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tentoonstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tentoonstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal tentoonstellen bijzin, toekomende tijd
zijn tentoongesteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn tentoongesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn tentoongesteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt tentoongesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou tentoongesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou tentoongesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou tentoongesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tentoongesteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou tentoongesteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou tentoongesteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou tentoongesteld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou tentoongesteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou tentoongesteld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tentoonstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tentoonstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tentoonstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou tentoonstellen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) tentoonstellen tentoon zou(dt) stellen bijzin, voorwaardelijk
zouden tentoongesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden tentoongesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden tentoongesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tentoongesteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tentoongesteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tentoongesteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tentoongesteld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden tentoongesteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden tentoongesteld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tentoonstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tentoonstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tentoonstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden tentoonstellen bijzin, voorwaardelijk
zoudt tentoongesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tentoongesteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tentoongesteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tentoonstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt tentoonstellen bijzin, voorwaardelijk
zullen tentoongesteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen tentoongesteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen tentoongesteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tentoongesteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tentoongesteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tentoongesteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tentoongesteld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen tentoongesteld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen tentoongesteld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tentoonstellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tentoonstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tentoonstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tentoonstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen tentoonstellen bijzin, toekomende tijd
zult tentoongesteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van ten, toon en stellen

Woordfamilie van tentoonstellen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
stel tentoon gebiedende wijs tentoonstellen
stelde tentoon verleden tijd tentoonstellen
stelden tentoon aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tentoonstellen
stelle tentoon woordvorm tentoonstellen
stellen tentoon aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon tentoonstellen
stelt tentoon aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon tentoonstellen
tentoongesteld voltooid deelwoord tentoonstellen
tentoonstel subordinate-clause, tegenwoordige tijd tentoonstellen
tentoonstelde subordinate-clause, verleden tijd tentoonstellen
tentoonstelden subordinate-clause, verleden tijd tentoonstellen
tentoonstelle with-subordinate-clause tentoonstellen
tentoonstellend onvoltooid deelwoord tentoonstellen
tentoonstellende woordvorm tentoonstellen
tentoonstelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd tentoonstellen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tentoonstellen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over tentoonstellen

Hoe spreek je tentoonstellen uit?
De uitspraak van tentoonstellen is: /tɛnˈtonstɛlə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent tentoonstellen?
Tentoonstellen is een werkwoord. Het woord betekent: voor een publiek toonbaar maken.
Hoe vervoeg je tentoonstellen?
Je vervoegt tentoonstellen als volgt: het voltooid deelwoord is tentoongesteld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tentoonstellen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. N 1
  4. T 2
  5. O 1
  6. O 1
  7. N 1
  8. S 2
  9. T 2
  10. E 1
  11. L 3
  12. L 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tentoonstellen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. N 1
  4. T 2
  5. O 1
  6. O 1
  7. N 1
  8. S 2
  9. T 2
  10. E 1
  11. L 3
  12. L 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 22 zonder bonus
  16. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tentoonstellen in het kort

tentoonstellen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van tentoonstellen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort tentoonstellen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

tentoonstellen: voor een publiek toonbaar maken
Deel tentoonstellen — standaardnederlands.nl