Naar de inhoud

tenietgaan

ophouden te bestaan

tenietgaan

werkwoord təˈnitxan

Betekenis

  1. ophouden te bestaan

Hoe spreek je tenietgaan uit?

/təˈnitxan/

Tenietgaan bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /təˈnitxan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
ə de
n nek
i riet
x acht
a maan
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van tenietgaan

tenietgaanhele werkwoord — ging tenietverleden tijd enkelvoud — gingen tenietverleden tijd meervoud — tenietgegaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ga teniet ging teniet
jij gaat teniet ging teniet
hij, zij, het gaat teniet ging teniet
wij gaan teniet gingen teniet
jullie gaan teniet gingen teniet
zij gaan teniet gingen teniet
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben tenietgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent tenietgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
ga teniet gebiedende wijs
ging teniet verleden tijd
is tenietgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is tenietgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn tenietgegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tenietgaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
teniet te gaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teniet te zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
teniet zal gaan bijzin, toekomende tijd
teniet zou gaan bijzin, voorwaardelijk
teniet zouden gaan bijzin, voorwaardelijk
teniet zoudt gaan bijzin, voorwaardelijk
teniet zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
teniet zullen gaan bijzin, toekomende tijd
teniet zult gaan bijzin, toekomende tijd
tenietga bijzin, tegenwoordige tijd
tenietgaand onvoltooid, deelwoord
tenietgaat bijzin, tegenwoordige tijd
tenietgegaan verleden tijd, deelwoord
tenietgegaan te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
tenietgegaan zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
tenietging bijzin, verleden tijd
tenietgingen bijzin, verleden tijd
tenietgingt bijzin, verleden tijd
waart tenietgegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren tenietgegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren tenietgegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren tenietgegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was tenietgegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was tenietgegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was tenietgegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal tenietgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tenietgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tenietgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal tenietgaan bijzin, toekomende tijd
zal tenietgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal tenietgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal tenietgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn tenietgegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn tenietgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn tenietgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn tenietgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt tenietgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou tenietgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tenietgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tenietgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou tenietgaan bijzin, voorwaardelijk
zou tenietgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou tenietgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou tenietgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) tenietgaan teniet zou(dt) gaan bijzin, voorwaardelijk
zouden tenietgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tenietgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tenietgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden tenietgaan bijzin, voorwaardelijk
zouden tenietgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden tenietgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden tenietgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt tenietgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt tenietgaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt tenietgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen tenietgaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tenietgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tenietgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tenietgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen tenietgaan bijzin, toekomende tijd
zullen tenietgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen tenietgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen tenietgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult tenietgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult tenietgaan bijzin, toekomende tijd
zult tenietgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal tenietgaan teniet zult/zal gaan bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van teniet en gaan

Woordfamilie van tenietgaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ga teniet gebiedende wijs tenietgaan
gaan teniet aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon tenietgaan
gaat teniet aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon tenietgaan
ging teniet verleden tijd tenietgaan
gingen teniet aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tenietgaan
tenietga subordinate-clause, tegenwoordige tijd tenietgaan
tenietgaand onvoltooid deelwoord tenietgaan
tenietgaande woordvorm tenietgaan
tenietgaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd tenietgaan
tenietgegaan voltooid deelwoord tenietgaan
tenietging subordinate-clause, verleden tijd tenietgaan
tenietgingen subordinate-clause, verleden tijd tenietgaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tenietgaan zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over tenietgaan

Hoe spreek ik tenietgaan uit?
Zo spreek je tenietgaan uit: /təˈnitxan/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van tenietgaan?
Tenietgaan is een werkwoord. De betekenis is: ophouden te bestaan.
Hoe vervoeg ik tenietgaan?
Zo vervoeg je tenietgaan zo: het voltooid deelwoord is tenietgegaan. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tenietgaan is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. N 1
  4. I 1
  5. E 1
  6. T 2
  7. G 3
  8. A 1
  9. A 1
  10. N 1
  11. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tenietgaan levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. N 1
  4. I 2
  5. E 1
  6. T 2
  7. G 3
  8. A 1
  9. A 1
  10. N 1
  11. 15 zonder bonus
  12. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tenietgaan in het kort

tenietgaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Van tenietgaan staan er 48 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort tenietgaan bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

tenietgaan: ophouden te bestaan
Deel tenietgaan — standaardnederlands.nl