temporiseren
werkwoordBetekenis
- vertragen van het tempo
Vervoeging van temporiseren
temporiserenhele werkwoord — temporiseerdeverleden tijd enkelvoud — temporiseerdenverleden tijd meervoud — getemporiseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | temporiseer | temporiseerde |
| jij | temporiseert | temporiseerde |
| hij, zij, het | temporiseert | temporiseerde |
| wij | temporiseren | temporiseerden |
| jullie | temporiseren | temporiseerden |
| zij | temporiseren | temporiseerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is getemporiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getemporiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getemporiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getemporiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getemporiseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getemporiseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getemporiseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getemporiseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getemporiseerd | verleden tijd, deelwoord |
| getemporiseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getemporiseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getemporiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getemporiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getemporiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getemporiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getemporiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getemporiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getemporiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getemporiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getemporiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getemporiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getemporiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getemporiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getemporiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getemporiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getemporiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getemporiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te temporiseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen temporiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| temporiseer | gebiedende wijs |
| temporiseerde | verleden tijd |
| temporisere | aanvoegende wijs |
| temporiserend | onvoltooid, deelwoord |
| zal getemporiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getemporiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getemporiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal temporiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal temporiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal temporiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getemporiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getemporiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getemporiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou temporiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou temporiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou temporiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getemporiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getemporiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getemporiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden temporiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden temporiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden temporiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getemporiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt temporiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getemporiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getemporiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getemporiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen temporiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen temporiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen temporiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen temporiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getemporiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult temporiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aan tijd(en) binden’ voor het eerst aangetroffen in 1637
Woordfamilie van temporiseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getemporiseerd | voltooid deelwoord | temporiseren |
| getemporiseerde | woordvorm | temporiseren |
| temporiseer | gebiedende wijs | temporiseren |
| temporiseerde | verleden tijd | temporiseren |
| temporiseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | temporiseren |
| temporiseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | temporiseren |
| temporisere | aanvoegende wijs | temporiseren |
| temporiserend | onvoltooid deelwoord | temporiseren |
| temporiserende | woordvorm | temporiseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van temporiseren zijn vastgelegd.