Naar de inhoud

temmen

tam maken

temmen

werkwoord

Betekenis

  1. tam maken

Vervoeging van temmen

temmenhele werkwoord — temdeverleden tijd enkelvoud — temdenverleden tijd meervoud — getemdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik tem temde
jij temt temde
hij, zij, het temt temde
wij temmen temden
jullie temmen temden
zij temmen temden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben getemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent getemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is getemd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was getemd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd getemd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt getemd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal getemd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal getemd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou getemd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou getemd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
getemd verleden tijd, deelwoord
getemd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getemd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getemd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getemd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
getemd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getemd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getemd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getemd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
getemd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
getemd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is getemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is getemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben getemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te temmen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen temmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tem gebiedende wijs
temde verleden tijd
temme aanvoegende wijs
temmend onvoltooid, deelwoord
waart getemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren getemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was getemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was getemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was getemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd getemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd getemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd getemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden getemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden getemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden getemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt getemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word getemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden getemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden getemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden getemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt getemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt getemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal getemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal getemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal getemd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getemd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal temmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal temmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal temmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn getemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn getemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn getemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt getemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou getemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou getemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou getemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getemd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getemd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getemd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou temmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou temmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou temmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden getemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden getemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getemd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getemd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getemd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden temmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden temmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden temmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getemd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt temmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen getemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen getemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen getemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen getemd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getemd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getemd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen temmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen temmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen temmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen temmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult getemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult getemd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult temmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘tam maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Woordfamilie van temmen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getemd voltooid deelwoord temmen
tem gebiedende wijs temmen
temde verleden tijd temmen
temden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon temmen
temme aanvoegende wijs temmen
temmend onvoltooid deelwoord temmen
temmende woordvorm temmen
temt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon temmen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van temmen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over temmen

Wat betekent temmen?
Temmen is een werkwoord. Het woord betekent: tam maken.
Hoe vervoeg je temmen?
Je vervoegt temmen als volgt: de tegenwoordige tijd is tem, de verleden tijd is temde en het voltooid deelwoord is getemd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord temmen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. M 3
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

temmen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. M 3
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

temmen telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

temmen in het kort

temmen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van temmen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort temmen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

temmen: tam maken
Deel temmen — standaardnederlands.nl