telegraferen
werkwoordBetekenis
- per telegraaf berichten
Vervoeging van telegraferen
telegraferenhele werkwoord — telegrafeerdeverleden tijd enkelvoud — telegrafeerdenverleden tijd meervoud — getelegrafeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | telegrafeer | telegrafeerde |
| jij | telegrafeert | telegrafeerde |
| hij, zij, het | telegrafeert | telegrafeerde |
| wij | telegraferen | telegrafeerden |
| jullie | telegraferen | telegrafeerden |
| zij | telegraferen | telegrafeerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is getelegrafeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getelegrafeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getelegrafeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getelegrafeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getelegrafeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getelegrafeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getelegrafeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getelegrafeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getelegrafeerd | verleden tijd, deelwoord |
| getelegrafeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getelegrafeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getelegrafeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getelegrafeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getelegrafeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getelegrafeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getelegrafeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getelegrafeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getelegrafeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getelegrafeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getelegrafeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getelegrafeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getelegrafeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getelegrafeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getelegrafeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getelegrafeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getelegrafeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getelegrafeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te telegraferen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen telegraferen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| telegrafeer | gebiedende wijs |
| telegrafeerde | verleden tijd |
| telegrafere | aanvoegende wijs |
| telegraferend | onvoltooid, deelwoord |
| zal getelegrafeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getelegrafeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getelegrafeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal telegraferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal telegraferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal telegraferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getelegrafeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getelegrafeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getelegrafeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou telegraferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou telegraferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou telegraferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getelegrafeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getelegrafeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getelegrafeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden telegraferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden telegraferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden telegraferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getelegrafeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt telegraferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getelegrafeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getelegrafeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getelegrafeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen telegraferen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen telegraferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen telegraferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen telegraferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getelegrafeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult telegraferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse télégraphier (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van telegraferen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getelegrafeerd | voltooid deelwoord | telegraferen |
| getelegrafeerde | woordvorm | telegraferen |
| telegrafeer | gebiedende wijs | telegraferen |
| telegrafeerde | verleden tijd | telegraferen |
| telegrafeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | telegraferen |
| telegrafeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | telegraferen |
| telegrafere | aanvoegende wijs | telegraferen |
| telegraferend | onvoltooid deelwoord | telegraferen |
| telegraferende | woordvorm | telegraferen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van telegraferen zijn vastgelegd.