Naar de inhoud

telebankieren

met behulp van moderne communicatiemiddelen (modem of internet) geldzaken regelen

telebankieren

werkwoord

Betekenis

  1. met behulp van moderne communicatiemiddelen (modem of internet) geldzaken regelen

Vervoeging van telebankieren

telebankierenhele werkwoord — telebankierdeverleden tijd enkelvoud — telebankierdenverleden tijd meervoud — getelebankierdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik telebankier telebankierde
jij telebankiert telebankierde
hij, zij, het telebankiert telebankierde
wij telebankieren telebankierden
jullie telebankieren telebankierden
zij telebankieren telebankierden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
getelebankierd verleden tijd, deelwoord
getelebankierd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getelebankierd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getelebankierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getelebankierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getelebankierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getelebankierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getelebankierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getelebankierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getelebankierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getelebankierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getelebankierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getelebankierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getelebankierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getelebankierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getelebankierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getelebankierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getelebankierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben getelebankierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te telebankieren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen telebankieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
telebankier gebiedende wijs
telebankierde verleden tijd
telebankiere aanvoegende wijs
telebankierend onvoltooid, deelwoord
zal getelebankierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getelebankierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getelebankierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal telebankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal telebankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal telebankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou getelebankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getelebankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getelebankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou telebankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou telebankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou telebankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getelebankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getelebankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getelebankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden telebankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden telebankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden telebankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getelebankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt telebankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getelebankierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getelebankierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getelebankierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen telebankieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen telebankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen telebankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen telebankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getelebankierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult telebankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van bankieren met het voorvoegsel tele-

Woordfamilie van telebankieren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getelebankierd voltooid deelwoord telebankieren
telebankier gebiedende wijs telebankieren
telebankierde verleden tijd telebankieren
telebankierden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon telebankieren
telebankiere aanvoegende wijs telebankieren
telebankierend onvoltooid deelwoord telebankieren
telebankierende woordvorm telebankieren
telebankiert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon telebankieren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van telebankieren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over telebankieren

Wat betekent telebankieren?
Telebankieren is een werkwoord. Het woord betekent: met behulp van moderne communicatiemiddelen (modem of internet) geldzaken regelen.
Hoe vervoeg je telebankieren?
Je vervoegt telebankieren als volgt: de tegenwoordige tijd is telebankier, de verleden tijd is telebankierde en het voltooid deelwoord is getelebankierd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord telebankieren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. L 3
  4. E 1
  5. B 3
  6. A 1
  7. N 1
  8. K 3
  9. I 1
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

telebankieren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. L 3
  4. E 1
  5. B 4
  6. A 1
  7. N 1
  8. K 3
  9. I 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 23 zonder bonus
  15. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

telebankieren in het kort

telebankieren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van telebankieren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort telebankieren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

telebankieren: met behulp van moderne communicatiemiddelen (modem of internet) geldzaken regelen
Deel telebankieren — standaardnederlands.nl