Naar de inhoud

internetbankieren

het regelen via internet van zijn bankzaken door een klant

internetbankieren

werkwoord

Betekenis

  1. het regelen via internet van zijn bankzaken door een klant

Vervoeging van internetbankieren

internetbankierenhele werkwoord — internetbankierdeverleden tijd enkelvoud — internetbankierdenverleden tijd meervoud — geïnternetbankierdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik internetbankier internetbankierde
jij internetbankiert internetbankierde
hij, zij, het internetbankiert internetbankierde
wij internetbankieren internetbankierden
jullie internetbankieren internetbankierden
zij internetbankieren internetbankierden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geïnternetbankierd verleden tijd, deelwoord
geïnternetbankierd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnternetbankierd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïnternetbankierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïnternetbankierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïnternetbankierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïnternetbankierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïnternetbankierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïnternetbankierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïnternetbankierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïnternetbankierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnternetbankierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïnternetbankierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnternetbankierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïnternetbankierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïnternetbankierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnternetbankierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnternetbankierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
internetbankier gebiedende wijs
internetbankierde verleden tijd
internetbankiere aanvoegende wijs
internetbankierend onvoltooid, deelwoord
te hebben geïnternetbankierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te internetbankieren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen internetbankieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geïnternetbankierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnternetbankierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïnternetbankierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal internetbankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal internetbankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal internetbankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geïnternetbankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnternetbankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnternetbankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou internetbankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou internetbankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou internetbankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïnternetbankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnternetbankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnternetbankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden internetbankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden internetbankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden internetbankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïnternetbankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt internetbankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïnternetbankierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïnternetbankierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïnternetbankierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen internetbankieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen internetbankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen internetbankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen internetbankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïnternetbankierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult internetbankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van internet en bankieren

Woordfamilie van internetbankieren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïnternetbankierd voltooid deelwoord internetbankieren
internetbankier gebiedende wijs internetbankieren
internetbankierde verleden tijd internetbankieren
internetbankierden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon internetbankieren
internetbankiere aanvoegende wijs internetbankieren
internetbankierend onvoltooid deelwoord internetbankieren
internetbankierende woordvorm internetbankieren
internetbankiert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon internetbankieren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van internetbankieren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over internetbankieren

Wat betekent internetbankieren?
Internetbankieren is een werkwoord. Het woord betekent: het regelen via internet van zijn bankzaken door een klant.
Hoe vervoeg je internetbankieren?
Je vervoegt internetbankieren als volgt: de tegenwoordige tijd is internetbankier, de verleden tijd is internetbankierde en het voltooid deelwoord is geïnternetbankierd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord internetbankieren is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. N 1
  7. E 1
  8. T 2
  9. B 3
  10. A 1
  11. N 1
  12. K 3
  13. I 1
  14. E 1
  15. R 2
  16. E 1
  17. N 1
  18. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

internetbankieren levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. N 1
  7. E 1
  8. T 2
  9. B 4
  10. A 1
  11. N 1
  12. K 3
  13. I 2
  14. E 1
  15. R 2
  16. E 1
  17. N 1
  18. 28 zonder bonus
  19. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

internetbankieren in het kort

internetbankieren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van internetbankieren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort internetbankieren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

internetbankieren: het regelen via internet van zijn bankzaken door een klant
Deel internetbankieren — standaardnederlands.nl