Naar de inhoud

tegenkomen

bij toeval ontmoeten

tegenkomen

werkwoord /'te.ɣən.ko.mə(n)/

Betekenis

  1. bij toeval ontmoeten
  2. zichzelf tegenkomen: geconfronteerd worden met je eigen beperkingen

Hoe spreek je tegenkomen uit?

/ˈtexənkomən/

Tegenkomen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈtexənkomən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
e veel
x acht
ə de
n nek
k kat
o boot
m maan
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van tegenkomen

tegenkomenhele werkwoord — kwam tegenverleden tijd enkelvoud — kwamen tegenverleden tijd meervoud — tegengekomenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kom tegen kwam tegen
jij komt tegen kwaamt tegen
hij, zij, het komt tegen kwam tegen
wij komen tegen kwamen tegen
jullie komen tegen kwamen tegen
zij komen tegen kwamen tegen
Alle 119 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben tegengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent tegengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is tegengekomen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was tegengekomen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd tegengekomen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt tegengekomen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal tegengekomen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal tegengekomen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou tegengekomen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou tegengekomen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
is tegengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is tegengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kom tegen gebiedende wijs
kwam tegen verleden tijd
te zijn tegengekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tegenkomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tegen te komen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
tegen te zullen komen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tegen zal komen bijzin, toekomende tijd
tegen zou komen bijzin, voorwaardelijk
tegen zouden komen bijzin, voorwaardelijk
tegen zoudt komen bijzin, voorwaardelijk
tegen zullen komen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
tegen zullen komen bijzin, toekomende tijd
tegen zult komen bijzin, toekomende tijd
tegengekomen verleden tijd, deelwoord
tegengekomen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
tegengekomen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
tegengekomen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tegengekomen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
tegengekomen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
tegengekomen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
tegengekomen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
tegengekomen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
tegengekomen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
tegengekomen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
tegenkom bijzin, tegenwoordige tijd
tegenkomend onvoltooid, deelwoord
tegenkomt bijzin, tegenwoordige tijd
tegenkwaamt bijzin, verleden tijd
tegenkwam bijzin, verleden tijd
tegenkwamen bijzin, verleden tijd
waart tegengekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren tegengekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren tegengekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren tegengekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was tegengekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was tegengekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was tegengekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd tegengekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd tegengekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd tegengekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden tegengekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden tegengekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden tegengekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt tegengekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word tegengekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden tegengekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden tegengekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden tegengekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt tegengekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt tegengekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal tegengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal tegengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal tegengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal tegengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal tegengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tegenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tegenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tegenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal tegenkomen bijzin, toekomende tijd
zijn tegengekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn tegengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn tegengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn tegengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt tegengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou tegengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou tegengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou tegengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou tegengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou tegengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou tegengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tegenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tegenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tegenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou tegenkomen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) tegenkomen tegen zou(dt) komen bijzin, voorwaardelijk
zouden tegengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tegengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tegengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tegengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden tegengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden tegengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tegenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tegenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tegenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden tegenkomen bijzin, voorwaardelijk
zoudt tegengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tegengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tegenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt tegenkomen bijzin, voorwaardelijk
zullen tegengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tegengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tegengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tegengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen tegengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen tegengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tegenkomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tegenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tegenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tegenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen tegenkomen bijzin, toekomende tijd
zult tegengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult tegengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult tegenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult tegenkomen bijzin, toekomende tijd
zult/zal tegenkomen tegen zult/zal komen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van tegen bw en komen ww

Woordfamilie van tegenkomen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kom tegen gebiedende wijs tegenkomen
kome tegen woordvorm tegenkomen
komen tegen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon tegenkomen
komt tegen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon tegenkomen
kwam tegen verleden tijd tegenkomen
kwamen tegen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tegenkomen
tegengekomen voltooid deelwoord tegenkomen
tegenkom subordinate-clause, tegenwoordige tijd tegenkomen
tegenkome with-subordinate-clause tegenkomen
tegenkomend onvoltooid deelwoord tegenkomen
tegenkomende woordvorm tegenkomen
tegenkomt subordinate-clause, tegenwoordige tijd tegenkomen
tegenkwam subordinate-clause, verleden tijd tegenkomen
tegenkwamen subordinate-clause, verleden tijd tegenkomen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tegenkomen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over tegenkomen

Hoe spreek ik tegenkomen uit?
Zo spreek je tegenkomen uit: /'te.ɣən.ko.mə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van tegenkomen?
Tegenkomen is een werkwoord. De betekenis is: bij toeval ontmoeten. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik tegenkomen?
Zo vervoeg je tegenkomen zo: het voltooid deelwoord is tegengekomen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tegenkomen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. K 3
  7. O 1
  8. M 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tegenkomen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. K 3
  7. O 1
  8. M 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tegenkomen in het kort

tegenkomen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van tegenkomen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort tegenkomen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

tegenkomen: bij toeval ontmoeten
Deel tegenkomen — standaardnederlands.nl