Naar de inhoud

tegemoetzien

verwachten

tegemoetzien

werkwoord təɣəˈmutsin

Betekenis

  1. verwachten

Hoe spreek je tegemoetzien uit?

/təxəˈmutsin/

Tegemoetzien bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /təxəˈmutsin/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
ə de
x acht
m maan
u boek
s sok
i riet
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van tegemoetzien

tegemoetzienhele werkwoord — zag tegemoetverleden tijd enkelvoud — zagen tegemoetverleden tijd meervoud — tegemoetgezienvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zie tegemoet zag tegemoet
jij ziet tegemoet zaagt tegemoet
hij, zij, het ziet tegemoet zag tegemoet
wij zien tegemoet zagen tegemoet
jullie zien tegemoet zagen tegemoet
zij zien tegemoet zagen tegemoet
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had tegemoetgezien voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had tegemoetgezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had tegemoetgezien voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden tegemoetgezien voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden tegemoetgezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden tegemoetgezien voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt tegemoetgezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb tegemoetgezien voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben tegemoetgezien actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben tegemoetgezien voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben tegemoetgezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben tegemoetgezien voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt tegemoetgezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft tegemoetgezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft tegemoetgezien voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben tegemoetgezien actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tegemoetzien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tegemoet te zien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
tegemoet te zullen zien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tegemoet zal zien bijzin, toekomende tijd
tegemoet zou zien bijzin, voorwaardelijk
tegemoet zouden zien bijzin, voorwaardelijk
tegemoet zoudt zien bijzin, voorwaardelijk
tegemoet zullen zien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
tegemoet zullen zien bijzin, toekomende tijd
tegemoet zult zien bijzin, toekomende tijd
tegemoetgezien verleden tijd, deelwoord
tegemoetgezien te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
tegemoetgezien zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
tegemoetzaagt bijzin, verleden tijd
tegemoetzag bijzin, verleden tijd
tegemoetzagen bijzin, verleden tijd
tegemoetzie bijzin, tegenwoordige tijd
tegemoetziend onvoltooid, deelwoord
tegemoetziet bijzin, tegenwoordige tijd
zag tegemoet verleden tijd
zal tegemoetgezien hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal tegemoetgezien hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal tegemoetgezien hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tegemoetzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tegemoetzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tegemoetzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal tegemoetzien bijzin, toekomende tijd
zie tegemoet gebiedende wijs
zou tegemoetgezien hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou tegemoetgezien hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou tegemoetgezien hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tegemoetzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tegemoetzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tegemoetzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou tegemoetzien bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) tegemoetzien tegemoet zou(dt) zien bijzin, voorwaardelijk
zouden tegemoetgezien hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden tegemoetgezien hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden tegemoetgezien hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tegemoetzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tegemoetzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tegemoetzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden tegemoetzien bijzin, voorwaardelijk
zoudt tegemoetgezien hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tegemoetzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt tegemoetzien bijzin, voorwaardelijk
zullen tegemoetgezien hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen tegemoetgezien hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen tegemoetgezien hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tegemoetzien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tegemoetzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tegemoetzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tegemoetzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen tegemoetzien bijzin, toekomende tijd
zult tegemoetgezien hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult tegemoetzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult tegemoetzien bijzin, toekomende tijd
zult/zal tegemoetzien tegemoet zult/zal zien bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van tegemoet en zien

Woordfamilie van tegemoetzien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
tegemoetgezien voltooid deelwoord tegemoetzien
tegemoetzag subordinate-clause, verleden tijd tegemoetzien
tegemoetzagen subordinate-clause, verleden tijd tegemoetzien
tegemoetzie subordinate-clause, tegenwoordige tijd tegemoetzien
tegemoetziend onvoltooid deelwoord tegemoetzien
tegemoetziende woordvorm tegemoetzien
tegemoetziet subordinate-clause, tegenwoordige tijd tegemoetzien
zag tegemoet verleden tijd tegemoetzien
zagen tegemoet aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tegemoetzien
zie tegemoet gebiedende wijs tegemoetzien
zien tegemoet aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon tegemoetzien
ziet tegemoet aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon tegemoetzien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tegemoetzien zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over tegemoetzien

Hoe spreek je tegemoetzien uit?
De uitspraak van tegemoetzien is: /təɣəˈmutsin/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent tegemoetzien?
Tegemoetzien is een werkwoord. Het woord betekent: verwachten.
Hoe vervoeg je tegemoetzien?
Je vervoegt tegemoetzien als volgt: het voltooid deelwoord is tegemoetgezien. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tegemoetzien is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. M 3
  6. O 1
  7. E 1
  8. T 2
  9. Z 4
  10. I 1
  11. E 1
  12. N 1
  13. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tegemoetzien levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. M 3
  6. O 1
  7. E 1
  8. T 2
  9. Z 5
  10. I 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 zonder bonus
  14. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tegemoetzien in het kort

tegemoetzien staat in dit woordenboek als werkwoord. Van tegemoetzien zijn 47 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort tegemoetzien bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

tegemoetzien: verwachten
Deel tegemoetzien — standaardnederlands.nl