Naar de inhoud

tegelzetten

het aanbrengen van tegels op een wand

tegelzetten

werkwoord

Betekenis

  1. het aanbrengen van tegels op een wand

Vervoeging van tegelzetten

tegelzettenhele werkwoord — -voltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik tegelzet —
wij tegelzetten —
jullie tegelzetten —
zij tegelzetten —
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- verleden tijd
- verleden tijd, deelwoord
[[#Nederlands|]] verleden tijd, deelwoord
ev. gebiedende wijs
had voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt/heeft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te tegelzetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
te zullen tegelzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tegelzet gebiedende wijs
tegelzette aanvoegende wijs
tegelzettend onvoltooid, deelwoord
zal hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tegelzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tegelzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tegelzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tegelzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tegelzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tegelzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tegelzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tegelzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tegelzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tegelzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tegelzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tegelzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tegelzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tegelzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult tegelzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van tegel en zetten

Woordfamilie van tegelzetten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
tegelzet gebiedende wijs tegelzetten
tegelzettend onvoltooid deelwoord tegelzetten
tegelzettende woordvorm tegelzetten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tegelzetten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over tegelzetten

Wat is de betekenis van tegelzetten?
Tegelzetten is een werkwoord. De betekenis is: het aanbrengen van tegels op een wand.
Hoe vervoeg ik tegelzetten?
Zo vervoeg je tegelzetten zo: de tegenwoordige tijd is tegelzet en het voltooid deelwoord is -. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tegelzetten is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. L 3
  6. Z 4
  7. E 1
  8. T 2
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tegelzetten levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. L 3
  6. Z 5
  7. E 1
  8. T 2
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tegelzetten in het kort

tegelzetten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van tegelzetten staan er 30 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort tegelzetten bij een woordfamilie van 3 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

tegelzetten: het aanbrengen van tegels op een wand
Deel tegelzetten — standaardnederlands.nl