tegelzetten
werkwoordBetekenis
- het aanbrengen van tegels op een wand
Vervoeging van tegelzetten
tegelzettenhele werkwoord — -voltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | tegelzet | — |
| wij | tegelzetten | — |
| jullie | tegelzetten | — |
| zij | tegelzetten | — |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | verleden tijd |
| - | verleden tijd, deelwoord |
| [[#Nederlands|]] | verleden tijd, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| had | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebt/heeft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te tegelzetten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| te zullen tegelzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| tegelzet | gebiedende wijs |
| tegelzette | aanvoegende wijs |
| tegelzettend | onvoltooid, deelwoord |
| zal hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal tegelzetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal tegelzetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal tegelzetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou tegelzetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou tegelzetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou tegelzetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tegelzetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden tegelzetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden tegelzetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tegelzetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tegelzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen tegelzetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen tegelzetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen tegelzetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult tegelzetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van tegel en zetten
Woordfamilie van tegelzetten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tegelzet | gebiedende wijs | tegelzetten |
| tegelzettend | onvoltooid deelwoord | tegelzetten |
| tegelzettende | woordvorm | tegelzetten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tegelzetten zijn vastgelegd.