techniek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de bewerkingen en verrichtingen die nodig zijn om iets tot stand te brengen
- de bewerkingen en verrichtingen die horen bij de industrie en de exacte wetenschap
- de manier waarop dingen zijn verricht
- technische hulpmiddelen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| technieken | meervoud |
| techniekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| techniekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bewerkingen die behoren tot de industrie, vaardigheid’ voor het eerst aangetroffen in 1868
Woordfamilie van techniek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| technieken | meervoud | techniek |
| techniekje | verkleinwoord | techniek |
| techniekjes | verkleinwoord meervoud | techniek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van techniek zijn vastgelegd.