technisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- op techniek betrekking hebbend
- op industriële schaal vervaardigd
bijvoeglijk naamwoord
- op de directe uitvoeringsprakijk betrekking hebbend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| technies | |
| technische | verbogen, stellende trap |
| technischer | onverbogen, vergrotende trap |
| technischere | verbogen, vergrotende trap |
| technischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘op het gebied van techniek’ voor het eerst aangetroffen in 1778
Woordfamilie van technisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| technische | verbogen vorm | technisch |
| technischer | vergrotende trap | technisch |
| technischere | verbogen vergrotende trap | technisch |
| technischers | partitieve vergrotende trap | technisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van technisch zijn vastgelegd.