tapdansen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈtɑbdɑnsə(n)/Betekenis
- sierlijk zeer ritmisch bewegen waarbij met de hakken en de schoenpunten klikkende geluiden worden gemaakt
Hoe spreek je tapdansen uit?
/ˈtɑbdɑnsən/
Tapdansen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɑ | bad |
| b | bak |
| d | dak |
| n | nek |
| s | sok |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van tapdansen
tapdansenhele werkwoord — tapdansteverleden tijd enkelvoud — tapdanstenverleden tijd meervoud — getapdanstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | tapdans | tapdanste |
| jij | tapdanst | tapdanste |
| hij, zij, het | tapdanst | tapdanste |
| wij | tapdansen | tapdansten |
| jullie | tapdansen | tapdansten |
| zij | tapdansen | tapdansten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is getapdanst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getapdanst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getapdanst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getapdanst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getapdanst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getapdanst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getapdanst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getapdanst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getapdanst | verleden tijd, deelwoord |
| getapdanst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getapdanst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getapdanst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getapdanst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getapdanst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getapdanst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getapdanst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getapdanst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getapdanst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getapdanst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getapdanst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getapdanst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getapdanst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getapdanst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getapdanst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getapdanst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getapdanst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| tapdans | gebiedende wijs |
| tapdanse | aanvoegende wijs |
| tapdansend | onvoltooid, deelwoord |
| tapdanste | verleden tijd |
| te hebben getapdanst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te tapdansen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen tapdansen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal getapdanst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getapdanst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getapdanst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal tapdansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal tapdansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal tapdansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getapdanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getapdanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getapdanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou tapdansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou tapdansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou tapdansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getapdanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getapdanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getapdanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tapdansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden tapdansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden tapdansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getapdanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tapdansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getapdanst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getapdanst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getapdanst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tapdansen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen tapdansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen tapdansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen tapdansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getapdanst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult tapdansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord tapdans
Herkomst
ww: leenvertaling van Engels tap-dance
Woordfamilie van tapdansen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getapdanst | voltooid deelwoord | tapdansen |
| getapdanste | woordvorm | tapdansen |
| tapdanse | aanvoegende wijs | tapdansen |
| tapdansend | onvoltooid deelwoord | tapdansen |
| tapdansende | woordvorm | tapdansen |
| tapdanst | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | tapdansen |
| tapdanste | verleden tijd | tapdansen |
| tapdansten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | tapdansen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tapdansen zijn vastgelegd.