Naar de inhoud

tailleren

in vorm brengen door het overbodige weg te snijden

tailleren

werkwoord

Betekenis

  1. in vorm brengen door het overbodige weg te snijden
  2. (kleding:) taille geven aan

werkwoord

  1. taille geven aan

Vervoeging van tailleren

taillerenhele werkwoord — tailleerdeverleden tijd enkelvoud — tailleerdenverleden tijd meervoud — getailleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik tailleer tailleerde
jij tailleert tailleerde
hij, zij, het tailleert tailleerde
wij tailleren tailleerden
jullie tailleren tailleerden
zij tailleren tailleerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
getailleerd verleden tijd, deelwoord
getailleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getailleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getailleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getailleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getailleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getailleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getailleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getailleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getailleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getailleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
tailleer gebiedende wijs
tailleerde verleden tijd
taillere aanvoegende wijs
taillerend onvoltooid, deelwoord
te hebben getailleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te tailleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tailleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal getailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tailleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tailleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tailleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou getailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tailleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tailleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tailleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tailleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tailleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tailleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tailleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tailleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tailleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tailleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tailleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult tailleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse tailler (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van tailleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
tailleer gebiedende wijs tailleren
tailleerde verleden tijd tailleren
tailleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tailleren
tailleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon tailleren
taillere aanvoegende wijs tailleren
taillerend onvoltooid deelwoord tailleren
taillerende woordvorm tailleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tailleren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over tailleren

Wat is de betekenis van tailleren?
Tailleren is een werkwoord. De betekenis is: in vorm brengen door het overbodige weg te snijden. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik tailleren?
Zo vervoeg je tailleren zo: de tegenwoordige tijd is tailleer, de verleden tijd is tailleerde en het voltooid deelwoord is getailleerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tailleren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. A 1
  3. I 1
  4. L 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tailleren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. A 1
  3. I 2
  4. L 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tailleren in het kort

tailleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van tailleren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort tailleren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

tailleren: in vorm brengen door het overbodige weg te snijden
Deel tailleren — standaardnederlands.nl