Naar de inhoud

swingen

op een losse ongedwongen manier dansen

swingen

werkwoord

Betekenis

  1. op een losse ongedwongen manier dansen
  2. geschikt zijn van muziek om op te swingen
  3. het maken van een levendige indruk
  4. het tijdelijk wisselen van seksuele partner

Vervoeging van swingen

swingenhele werkwoord — swingdeverleden tijd enkelvoud — swingdenverleden tijd meervoud — geswingdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik swing swingde
jij swingt swingde
hij, zij, het swingt swingde
wij swingen swingden
jullie swingen swingden
zij swingen swingden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geswingd verleden tijd, deelwoord
geswingd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geswingd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geswingd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geswingd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geswingd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geswingd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geswingd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geswingd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geswingd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geswingd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geswingd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geswingd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geswingd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geswingd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geswingd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geswingd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geswingd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
swing gebiedende wijs
swingde verleden tijd
swinge aanvoegende wijs
swingend onvoltooid, deelwoord
te hebben geswingd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te swingen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen swingen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geswingd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geswingd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geswingd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal swingen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal swingen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal swingen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geswingd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geswingd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geswingd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou swingen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou swingen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou swingen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geswingd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geswingd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geswingd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden swingen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden swingen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden swingen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geswingd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt swingen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geswingd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geswingd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geswingd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen swingen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen swingen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen swingen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen swingen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geswingd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult swingen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘dansen’ voor het eerst aangetroffen in 1949

Woordfamilie van swingen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geswingd voltooid deelwoord swingen
swing gebiedende wijs swingen
swingde verleden tijd swingen
swingden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon swingen
swinge aanvoegende wijs swingen
swingt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon swingen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van swingen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over swingen

Wat betekent swingen?
Swingen is een werkwoord. Het woord betekent: op een losse ongedwongen manier dansen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je swingen?
Je vervoegt swingen als volgt: de tegenwoordige tijd is swing, de verleden tijd is swingde en het voltooid deelwoord is geswingd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord swingen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. W 5
  3. I 1
  4. N 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

swingen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 115 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. W 5
  3. I 2
  4. N 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 115 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

swingen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

swingen in het kort

swingen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van swingen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort swingen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

swingen: op een losse ongedwongen manier dansen
Deel swingen — standaardnederlands.nl