Naar de inhoud

slingeren

zich hangend aan een steunpunt heen en weer bewegen

slingeren

werkwoord ˈslɪŋərə(n)

Betekenis

  1. zich hangend aan een steunpunt heen en weer bewegen
  2. zwaaiend, onregelmatig heen en weer gaand voortbewegen
  3. ordeloos, zonder vooropgezet doel neergeworpen zijn
  4. (van varende schepen) schommelen om de lengteas
  5. hangend heen en weer doen bewegen
  6. met een zwaai weggooien
  7. meermalen winden om
  8. met een slinger voortbewegen
  9. met een slingermachine uit de raat halen
  10. zich ~: zich voortbewegen of zich uitstrekken in bochten of in de vorm van een slinger

Hoe spreek je slingeren uit?

/ˈslɪŋərən/

Slingeren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈslɪŋərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
l land
ɪ pit
ŋ ding
ə de
r rood
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. schommelen om de lengteas

Vervoeging van slingeren

slingerenhele werkwoord — slingerdeverleden tijd enkelvoud — slingerdenverleden tijd meervoud — geslingerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik slinger slingerde
jij slingert slingerde
hij, zij, het slingert slingerde
wij slingeren slingerden
jullie slingeren slingerden
zij slingeren slingerden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geslingerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geslingerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geslingerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geslingerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geslingerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geslingerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geslingerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geslingerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geslingerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geslingerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geslingerd verleden tijd, deelwoord
geslingerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geslingerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geslingerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geslingerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geslingerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geslingerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geslingerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geslingerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geslingerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geslingerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geslingerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geslingerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geslingerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geslingerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geslingerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geslingerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geslingerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geslingerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geslingerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geslingerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geslingerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geslingerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geslingerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geslingerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geslingerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geslingerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geslingerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
slinger gebiedende wijs
slinger me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
slinger u/je , slingert je gebiedende wijs
slingerde verleden tijd
slingerde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
slingerde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
slingerde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
slingerde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
slingerde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
slingerde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
slingerde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
slingerden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
slingerden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
slingerden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
slingere aanvoegende wijs
slingere zich aanvoegende wijs
slingeren je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
slingeren ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
slingeren zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
slingerend onvoltooid, deelwoord
slingert je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
slingert u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
slingert u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
slingert zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
slingert zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
slingert zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
te hebben geslingerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te slingeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen slingeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geslingerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geslingerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geslingerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geslingerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geslingerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geslingerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geslingerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geslingerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geslingerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geslingerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geslingerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geslingerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geslingerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geslingerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geslingerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geslingerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geslingerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geslingerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geslingerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geslingerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geslingerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geslingerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geslingerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geslingerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geslingerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geslingerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geslingerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me slingeren eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal slingeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal slingeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal slingeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich slingeren derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je slingeren tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich geslingerd hebben verleden tijd
zich slingerend onvoltooid, deelwoord
zijn geslingerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geslingerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geslingerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geslingerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geslingerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geslingerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geslingerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geslingerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geslingerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geslingerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geslingerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geslingerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geslingerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou slingeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou slingeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou slingeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geslingerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geslingerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geslingerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geslingerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geslingerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geslingerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geslingerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geslingerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geslingerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden slingeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden slingeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden slingeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geslingerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geslingerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geslingerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt slingeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geslingerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geslingerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geslingerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geslingerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘(zich) heen en weer bewegen’ voor het eerst aangetroffen in 1585

Woordfamilie van slingeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geslingerd voltooid deelwoord slingeren
geslingerde woordvorm slingeren
slingerde verleden tijd slingeren
slingerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon slingeren
slingere aanvoegende wijs slingeren
slingert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon slingeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slingeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over slingeren

Hoe spreek ik slingeren uit?
Zo spreek je slingeren uit: /ˈslɪŋərə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van slingeren?
Slingeren is een werkwoord. De betekenis is: zich hangend aan een steunpunt heen en weer bewegen. In totaal staan er 11 betekenissen.
Hoe vervoeg ik slingeren?
Zo vervoeg je slingeren zo: de tegenwoordige tijd is slinger, de verleden tijd is slingerde en het voltooid deelwoord is geslingerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op slingeren?

Op slingeren rijmen 2 woorden, onder andere kogelslingeren en vingeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op slingeren, uitspraak ˈslɪŋərən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
kogelslingeren 5
vingeren 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord slingeren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. L 3
  3. I 1
  4. N 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

slingeren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. L 3
  3. I 2
  4. N 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

slingeren in het kort

slingeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 11 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van slingeren staan er 103 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort slingeren bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

slingeren: zich hangend aan een steunpunt heen en weer bewegen
Deel slingeren — standaardnederlands.nl