slingeren
werkwoord ˈslɪŋərə(n)Betekenis
- zich hangend aan een steunpunt heen en weer bewegen
- zwaaiend, onregelmatig heen en weer gaand voortbewegen
- ordeloos, zonder vooropgezet doel neergeworpen zijn
- (van varende schepen) schommelen om de lengteas
- hangend heen en weer doen bewegen
- met een zwaai weggooien
- meermalen winden om
- met een slinger voortbewegen
- met een slingermachine uit de raat halen
- zich ~: zich voortbewegen of zich uitstrekken in bochten of in de vorm van een slinger
Hoe spreek je slingeren uit?
/ˈslɪŋərən/
Slingeren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| l | land |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| r | rood |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- schommelen om de lengteas
Vervoeging van slingeren
slingerenhele werkwoord — slingerdeverleden tijd enkelvoud — slingerdenverleden tijd meervoud — geslingerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | slinger | slingerde |
| jij | slingert | slingerde |
| hij, zij, het | slingert | slingerde |
| wij | slingeren | slingerden |
| jullie | slingeren | slingerden |
| zij | slingeren | slingerden |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geslingerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geslingerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geslingerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geslingerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geslingerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geslingerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geslingerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geslingerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geslingerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geslingerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geslingerd | verleden tijd, deelwoord |
| geslingerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geslingerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geslingerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geslingerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geslingerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geslingerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geslingerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geslingerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geslingerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geslingerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geslingerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geslingerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geslingerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geslingerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geslingerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geslingerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geslingerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geslingerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geslingerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geslingerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geslingerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geslingerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geslingerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geslingerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geslingerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geslingerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geslingerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| slinger | gebiedende wijs |
| slinger me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| slinger u/je , slingert je | gebiedende wijs |
| slingerde | verleden tijd |
| slingerde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| slingerde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| slingerde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| slingerde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| slingerde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| slingerde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| slingerde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| slingerden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| slingerden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| slingerden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| slingere | aanvoegende wijs |
| slingere zich | aanvoegende wijs |
| slingeren je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| slingeren ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| slingeren zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| slingerend | onvoltooid, deelwoord |
| slingert je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| slingert u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| slingert u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| slingert zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| slingert zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| slingert zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| te hebben geslingerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te slingeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen slingeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geslingerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geslingerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geslingerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geslingerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geslingerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geslingerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geslingerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geslingerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geslingerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geslingerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geslingerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geslingerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geslingerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geslingerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geslingerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geslingerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geslingerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geslingerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geslingerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geslingerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geslingerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geslingerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geslingerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geslingerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geslingerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geslingerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geslingerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal me slingeren | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal slingeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal slingeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal slingeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal zich slingeren | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je slingeren | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich geslingerd hebben | verleden tijd |
| zich slingerend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn geslingerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geslingerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geslingerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geslingerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geslingerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geslingerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geslingerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geslingerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geslingerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geslingerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geslingerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geslingerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geslingerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou slingeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou slingeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou slingeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geslingerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geslingerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geslingerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geslingerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geslingerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geslingerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geslingerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geslingerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geslingerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden slingeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden slingeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden slingeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geslingerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geslingerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geslingerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt slingeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geslingerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geslingerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geslingerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geslingerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘(zich) heen en weer bewegen’ voor het eerst aangetroffen in 1585
Woordfamilie van slingeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geslingerd | voltooid deelwoord | slingeren |
| geslingerde | woordvorm | slingeren |
| slingerde | verleden tijd | slingeren |
| slingerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | slingeren |
| slingere | aanvoegende wijs | slingeren |
| slingert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | slingeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slingeren zijn vastgelegd.