suspenderen
werkwoordBetekenis
- een fijne verdeling van de ene fase in de andere maken
Vervoeging van suspenderen
suspenderenhele werkwoord — suspendeerdeverleden tijd enkelvoud — suspendeerdenverleden tijd meervoud — gesuspendeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | suspendeer | suspendeerde |
| jij | suspendeert | suspendeerde |
| hij, zij, het | suspendeert | suspendeerde |
| wij | suspenderen | suspendeerden |
| jullie | suspenderen | suspendeerden |
| zij | suspenderen | suspendeerden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is gesuspendeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gesuspendeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gesuspendeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gesuspendeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gesuspendeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gesuspendeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gesuspendeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gesuspendeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesuspendeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gesuspendeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesuspendeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesuspendeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesuspendeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesuspendeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesuspendeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesuspendeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesuspendeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesuspendeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesuspendeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesuspendeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesuspendeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesuspendeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesuspendeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesuspendeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesuspendeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesuspendeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesuspendeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesuspendeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesuspendeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesuspendeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesuspendeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesuspendeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesuspendeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesuspendeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gesuspendeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| suspendeer | gebiedende wijs |
| suspendeerde | verleden tijd |
| suspendere | aanvoegende wijs |
| suspenderend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesuspendeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te suspenderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen suspenderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren gesuspendeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gesuspendeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gesuspendeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden gesuspendeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden gesuspendeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gesuspendeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gesuspendeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesuspendeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesuspendeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gesuspendeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gesuspendeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal suspenderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal suspenderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal suspenderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gesuspendeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou gesuspendeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesuspendeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesuspendeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gesuspendeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gesuspendeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou suspenderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou suspenderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou suspenderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesuspendeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesuspendeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesuspendeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesuspendeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesuspendeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden suspenderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden suspenderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden suspenderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesuspendeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt suspenderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesuspendeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesuspendeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesuspendeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesuspendeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesuspendeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen suspenderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen suspenderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen suspenderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen suspenderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesuspendeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult suspenderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse suspendre (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van suspenderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesuspendeerd | voltooid deelwoord | suspenderen |
| gesuspendeerde | woordvorm | suspenderen |
| suspendeer | gebiedende wijs | suspenderen |
| suspendeerde | verleden tijd | suspenderen |
| suspendeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | suspenderen |
| suspendeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | suspenderen |
| suspendere | aanvoegende wijs | suspenderen |
| suspenderend | onvoltooid deelwoord | suspenderen |
| suspenderende | woordvorm | suspenderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van suspenderen zijn vastgelegd.