| - |
impersonal, passief
|
| ben gesuppleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| bent gesuppleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| er is gesuppleerd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was gesuppleerd |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd gesuppleerd |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt gesuppleerd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal gesuppleerd worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal gesuppleerd zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou gesuppleerd worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou gesuppleerd zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| gesuppleerd |
verleden tijd, deelwoord
|
| gesuppleerd te worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gesuppleerd te zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gesuppleerd te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gesuppleerd te zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gesuppleerd te zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gesuppleerd worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gesuppleerd zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gesuppleerd zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gesuppleerd zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gesuppleerd zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gesuppleerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gesuppleerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gesuppleerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gesuppleerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gesuppleerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gesuppleerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gesuppleerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gesuppleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gesuppleerd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gesuppleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gesuppleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gesuppleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gesuppleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gesuppleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gesuppleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| is gesuppleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| is gesuppleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| suppleer |
gebiedende wijs
|
| suppleerde |
verleden tijd
|
| supplere |
aanvoegende wijs
|
| supplerend |
onvoltooid, deelwoord
|
| te hebben gesuppleerd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te suppleren |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen suppleren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| waart gesuppleerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gesuppleerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| waren gesuppleerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gesuppleerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was gesuppleerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| was gesuppleerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| was gesuppleerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werd gesuppleerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| werd gesuppleerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
|
| werd gesuppleerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| werden gesuppleerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
|
| werden gesuppleerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
|
| werden gesuppleerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werdt gesuppleerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| word gesuppleerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| worden gesuppleerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
|
| worden gesuppleerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
|
| worden gesuppleerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| wordt gesuppleerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
|
| wordt gesuppleerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zal gesuppleerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gesuppleerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gesuppleerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal gesuppleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gesuppleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal gesuppleerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gesuppleerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal suppleren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal suppleren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal suppleren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zijn gesuppleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| zijn gesuppleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zijn gesuppleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zijt gesuppleerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zou gesuppleerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gesuppleerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gesuppleerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou gesuppleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gesuppleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zou gesuppleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gesuppleerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gesuppleerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gesuppleerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou suppleren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou suppleren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou suppleren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden gesuppleerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gesuppleerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gesuppleerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gesuppleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden gesuppleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden gesuppleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gesuppleerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gesuppleerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gesuppleerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden suppleren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden suppleren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden suppleren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt gesuppleerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gesuppleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gesuppleerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt suppleren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen gesuppleerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gesuppleerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gesuppleerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gesuppleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen gesuppleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen gesuppleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gesuppleerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gesuppleerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gesuppleerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen suppleren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen suppleren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen suppleren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen suppleren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult gesuppleerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gesuppleerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gesuppleerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult suppleren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|