Naar de inhoud

suffen

niet in de gaten hebben wat er om iemand heen gebeurt

suffen

werkwoord

Betekenis

  1. niet in de gaten hebben wat er om iemand heen gebeurt
  2. niet al te helder van geest zijn

Vervoeging van suffen

suffenhele werkwoord — sufteverleden tijd enkelvoud — suftenverleden tijd meervoud — gesuftvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik suf sufte
jij suft sufte
hij, zij, het suft sufte
wij suffen suften
jullie suffen suften
zij suffen suften
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gesuft verleden tijd, deelwoord
gesuft te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesuft zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesuft voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesuft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesuft voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesuft voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesuft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesuft voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesuft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesuft voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesuft actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesuft voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesuft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesuft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesuft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesuft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesuft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
suf gebiedende wijs
suffe aanvoegende wijs
suffend onvoltooid, deelwoord
sufte verleden tijd
te hebben gesuft actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te suffen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen suffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesuft hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesuft hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesuft hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal suffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal suffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal suffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesuft hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesuft hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesuft hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou suffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou suffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou suffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesuft hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesuft hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesuft hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden suffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden suffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden suffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesuft hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt suffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesuft hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesuft hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesuft hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen suffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen suffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen suffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen suffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesuft hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult suffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘soezen’ voor het eerst aangetroffen in 1285

Woordfamilie van suffen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesuft voltooid deelwoord suffen
suffend onvoltooid deelwoord suffen
suffende woordvorm suffen
suft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon suffen
sufte verleden tijd suffen
suften aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon suffen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van suffen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over suffen

Wat betekent suffen?
Suffen is een werkwoord. Het woord betekent: niet in de gaten hebben wat er om iemand heen gebeurt. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je suffen?
Je vervoegt suffen als volgt: de tegenwoordige tijd is suf, de verleden tijd is sufte en het voltooid deelwoord is gesuft. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord suffen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. U 4
  3. F 4
  4. F 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

suffen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. U 2
  3. F 4
  4. F 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 zonder bonus
  8. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

suffen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

suffen in het kort

suffen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van suffen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort suffen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

suffen: niet in de gaten hebben wat er om iemand heen gebeurt
Deel suffen — standaardnederlands.nl