Naar de inhoud

stuntelen

onhandig bezig zijn

stuntelen

werkwoord

Betekenis

  1. onhandig bezig zijn
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van stuntelen

stuntelenhele werkwoord — stunteldeverleden tijd enkelvoud — stunteldenverleden tijd meervoud — gestunteldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stuntel stuntelde
jij stuntelt stuntelde
hij, zij, het stuntelt stuntelde
wij stuntelen stuntelden
jullie stuntelen stuntelden
zij stuntelen stuntelden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gestunteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gestunteld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gestunteld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gestunteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gestunteld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gestunteld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gestunteld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gestunteld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gestunteld verleden tijd, deelwoord
gestunteld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestunteld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestunteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestunteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestunteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestunteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestunteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestunteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestunteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestunteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestunteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestunteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestunteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestunteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestunteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestunteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestunteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stuntel gebiedende wijs
stuntelde verleden tijd
stuntele aanvoegende wijs
stuntelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gestunteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te stuntelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stuntelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gestunteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestunteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestunteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stuntelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stuntelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stuntelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gestunteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestunteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestunteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stuntelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stuntelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stuntelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestunteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestunteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestunteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stuntelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stuntelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stuntelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestunteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stuntelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestunteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestunteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestunteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stuntelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stuntelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stuntelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stuntelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestunteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stuntelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van stuntelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gestunteld voltooid deelwoord stuntelen
stuntelde verleden tijd stuntelen
stuntelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon stuntelen
stuntele aanvoegende wijs stuntelen
stuntelend onvoltooid deelwoord stuntelen
stuntelende woordvorm stuntelen
stuntelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon stuntelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stuntelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over stuntelen

Wat betekent stuntelen?
Stuntelen is een werkwoord. Het woord betekent: onhandig bezig zijn. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je stuntelen?
Je vervoegt stuntelen als volgt: de tegenwoordige tijd is stuntel, de verleden tijd is stuntelde en het voltooid deelwoord is gestunteld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stuntelen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. U 4
  4. N 1
  5. T 2
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stuntelen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. U 2
  4. N 1
  5. T 2
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

stuntelen in het kort

stuntelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van stuntelen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort stuntelen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

stuntelen: onhandig bezig zijn
Deel stuntelen — standaardnederlands.nl