stunt
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een ongewone en moeilijke fysieke prestatie
- iets wat iemand doet en erg opvalt
- stunten
zelfstandig naamwoord — masculine
- een ongewone en moeilijke fysieke prestatie, die daardoor erg opvalt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stuntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stuntjes | verkleinwoord, meervoud |
| stunts | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van stunten
- gebiedende wijs van stunten
Vervoeging van stunt
stunthele werkwoord
Herkomst
Van werkwoord [A] uit het Engels, in de betekenis van ‘bravourestuk’ voor het eerst aangetroffen in 1946
Woordfamilie van stunt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stuntje | verkleinwoord | stunt |
| stuntjes | verkleinwoord meervoud | stunt |
| stunts | meervoud | stunt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stunt zijn vastgelegd.