| er is gestukadoord |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was gestukadoord |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd gestukadoord |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt gestukadoord |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal gestukadoord worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal gestukadoord zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou gestukadoord worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou gestukadoord zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| gestukadoord |
verleden tijd, deelwoord
|
| gestukadoord te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gestukadoord zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gestukadoord |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gestukadoord |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gestukadoord |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gestukadoord |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gestukadoord |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gestukadoord |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gestukadoord |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gestukadoord |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gestukadoord |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gestukadoord |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gestukadoord |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gestukadoord |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gestukadoord |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gestukadoord |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gestukadoord |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| stukadoor |
gebiedende wijs
|
| stukadoorde |
verleden tijd
|
| stukadore |
aanvoegende wijs
|
| stukadorend |
onvoltooid, deelwoord
|
| te hebben gestukadoord |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te stukadoren |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen stukadoren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| zal gestukadoord hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gestukadoord hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gestukadoord hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal stukadoren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal stukadoren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal stukadoren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zou gestukadoord hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gestukadoord hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gestukadoord hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou stukadoren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou stukadoren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou stukadoren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden gestukadoord hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gestukadoord hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gestukadoord hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden stukadoren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden stukadoren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden stukadoren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt gestukadoord hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt stukadoren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen gestukadoord hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gestukadoord hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gestukadoord hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen stukadoren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen stukadoren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen stukadoren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen stukadoren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult gestukadoord hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult stukadoren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|