Naar de inhoud

stroomlijnen

iets een zodanige vorm geven dat de luchtweerstand beperkt wordt

stroomlijnen is meer dan één woord

stroomlijnen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. iets een zodanige vorm geven dat de luchtweerstand beperkt wordt
  2. overdrachtelijk zorgen dat iets optimaal functioneert

Vervoeging van stroomlijnen

stroomlijnenhele werkwoord — stroomlijndeverleden tijd enkelvoud — stroomlijndenverleden tijd meervoud — gestroomlijndvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stroomlijn stroomlijnde
jij stroomlijnt stroomlijnde
hij, zij, het stroomlijnt stroomlijnde
wij stroomlijnen stroomlijnden
jullie stroomlijnen stroomlijnden
zij stroomlijnen stroomlijnden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gestroomlijnd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gestroomlijnd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gestroomlijnd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gestroomlijnd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gestroomlijnd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gestroomlijnd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gestroomlijnd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gestroomlijnd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gestroomlijnd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gestroomlijnd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gestroomlijnd verleden tijd, deelwoord
gestroomlijnd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestroomlijnd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestroomlijnd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestroomlijnd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestroomlijnd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestroomlijnd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestroomlijnd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestroomlijnd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestroomlijnd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestroomlijnd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestroomlijnd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestroomlijnd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestroomlijnd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestroomlijnd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestroomlijnd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestroomlijnd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestroomlijnd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestroomlijnd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestroomlijnd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestroomlijnd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestroomlijnd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestroomlijnd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestroomlijnd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestroomlijnd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestroomlijnd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gestroomlijnd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gestroomlijnd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stroomlijn gebiedende wijs
stroomlijnde verleden tijd
stroomlijne aanvoegende wijs
stroomlijnend onvoltooid, deelwoord
te hebben gestroomlijnd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te stroomlijnen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stroomlijnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gestroomlijnd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestroomlijnd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gestroomlijnd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestroomlijnd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gestroomlijnd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gestroomlijnd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gestroomlijnd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gestroomlijnd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gestroomlijnd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gestroomlijnd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gestroomlijnd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gestroomlijnd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gestroomlijnd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gestroomlijnd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gestroomlijnd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gestroomlijnd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gestroomlijnd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gestroomlijnd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gestroomlijnd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gestroomlijnd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gestroomlijnd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestroomlijnd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestroomlijnd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gestroomlijnd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestroomlijnd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gestroomlijnd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestroomlijnd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stroomlijnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stroomlijnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stroomlijnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gestroomlijnd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gestroomlijnd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gestroomlijnd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gestroomlijnd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gestroomlijnd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestroomlijnd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestroomlijnd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gestroomlijnd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestroomlijnd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gestroomlijnd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestroomlijnd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestroomlijnd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestroomlijnd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stroomlijnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stroomlijnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stroomlijnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestroomlijnd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestroomlijnd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestroomlijnd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestroomlijnd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gestroomlijnd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gestroomlijnd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestroomlijnd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestroomlijnd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestroomlijnd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stroomlijnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stroomlijnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stroomlijnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestroomlijnd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestroomlijnd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestroomlijnd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stroomlijnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestroomlijnd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestroomlijnd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestroomlijnd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestroomlijnd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gestroomlijnd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gestroomlijnd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestroomlijnd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestroomlijnd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestroomlijnd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stroomlijnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stroomlijnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stroomlijnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stroomlijnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestroomlijnd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestroomlijnd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestroomlijnd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stroomlijnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord stroomlijn

Herkomst

Afgeleid van stroomlijn met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van stroomlijnen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gestroomlijnd voltooid deelwoord stroomlijnen
stroomlijnde verleden tijd stroomlijnen
stroomlijnden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon stroomlijnen
stroomlijne aanvoegende wijs stroomlijnen
stroomlijnend onvoltooid deelwoord stroomlijnen
stroomlijnende woordvorm stroomlijnen
stroomlijnt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon stroomlijnen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stroomlijnen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over stroomlijnen

Wat betekent stroomlijnen?
Stroomlijnen is een werkwoord. Het woord betekent: iets een zodanige vorm geven dat de luchtweerstand beperkt wordt. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je stroomlijnen?
Je vervoegt stroomlijnen als volgt: de tegenwoordige tijd is stroomlijn, de verleden tijd is stroomlijnde en het voltooid deelwoord is gestroomlijnd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stroomlijnen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. R 2
  4. O 1
  5. O 1
  6. M 3
  7. L 3
  8. I 1
  9. J 4
  10. N 1
  11. E 1
  12. N 1
  13. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stroomlijnen levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. R 2
  4. O 1
  5. O 1
  6. M 3
  7. L 3
  8. I 2
  9. J 4
  10. N 1
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 zonder bonus
  14. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

stroomlijnen in het kort

stroomlijnen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van stroomlijnen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort stroomlijnen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

stroomlijnen: iets een zodanige vorm geven dat de luchtweerstand beperkt wordt
Deel stroomlijnen — standaardnederlands.nl