strip
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een boek met een verhaal in beeldvorm
- een (metalen) strook
- strippen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stripje | verkleinwoord, eerste persoon |
| stripje | verkleinwoord, tweede persoon |
| stripjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| strippen | enkelvoud |
| strips | enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strippen
- gebiedende wijs van strippen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strippen
Vervoeging van strip
striphele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘(metalen) strook’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1908
Woordfamilie van strip
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stripje | verkleinwoord, 1e persoon | strip |
| stripjes | verkleinwoord | strip |
| strips | enkelvoud | strip |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van strip zijn vastgelegd.