Naar de inhoud

stretchen

het op een voorzichtige manier rekken van een spiergroep om de lenigheid van de betreffende spiergroep te trainen en te verbeteren

stretchen

werkwoord

Betekenis

  1. het op een voorzichtige manier rekken van een spiergroep om de lenigheid van de betreffende spiergroep te trainen en te verbeteren

Vervoeging van stretchen

stretchenhele werkwoord — stretchteverleden tijd enkelvoud — stretchtenverleden tijd meervoud — gestretchtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stretch stretchte
jij stretcht stretchte
hij, zij, het stretcht stretchte
wij stretchen stretchten
jullie stretchen stretchten
zij stretchen stretchten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gestretcht verleden tijd, deelwoord
gestretcht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestretcht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestretcht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestretcht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestretcht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestretcht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestretcht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestretcht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestretcht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestretcht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestretcht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestretcht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestretcht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestretcht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestretcht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestretcht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestretcht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stretch gebiedende wijs
stretche aanvoegende wijs
stretchend onvoltooid, deelwoord
stretchte verleden tijd
te hebben gestretcht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te stretchen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stretchen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gestretcht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestretcht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestretcht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stretchen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stretchen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stretchen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gestretcht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestretcht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestretcht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stretchen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stretchen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stretchen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestretcht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestretcht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestretcht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stretchen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stretchen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stretchen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestretcht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stretchen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestretcht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestretcht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestretcht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stretchen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stretchen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stretchen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stretchen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestretcht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stretchen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Engels

Woordfamilie van stretchen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gestretcht voltooid deelwoord stretchen
stretche aanvoegende wijs stretchen
stretchend onvoltooid deelwoord stretchen
stretchende woordvorm stretchen
stretcht aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon stretchen
stretchte verleden tijd stretchen
stretchten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon stretchen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stretchen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over stretchen

Wat betekent stretchen?
Stretchen is een werkwoord. Het woord betekent: het op een voorzichtige manier rekken van een spiergroep om de lenigheid van de betreffende spiergroep te trainen en te verbeteren.
Hoe vervoeg je stretchen?
Je vervoegt stretchen als volgt: de tegenwoordige tijd is stretch, de verleden tijd is stretchte en het voltooid deelwoord is gestretcht. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stretchen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. R 2
  4. E 1
  5. T 2
  6. C 5
  7. H 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stretchen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. R 2
  4. E 1
  5. T 2
  6. C 5
  7. H 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

stretchen in het kort

stretchen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van stretchen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort stretchen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

stretchen: het op een voorzichtige manier rekken van een spiergroep om de lenigheid van de betreffende spiergroep te trainen en te verbeteren
Deel stretchen — standaardnederlands.nl