stremmen
werkwoordBetekenis
- neerslaan van opgeloste eiwitten
- tot stilstand komen van verkeer
Vervoeging van stremmen
stremmenhele werkwoord — stremdeverleden tijd enkelvoud — stremdenverleden tijd meervoud — gestremdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | strem | stremde |
| jij | stremt | stremde |
| hij, zij, het | stremt | stremde |
| wij | stremmen | stremden |
| jullie | stremmen | stremden |
| zij | stremmen | stremden |
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gestremd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gestremd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gestremd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gestremd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gestremd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gestremd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gestremd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gestremd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gestremd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gestremd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gestremd | verleden tijd, deelwoord |
| gestremd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gestremd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gestremd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestremd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestremd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestremd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gestremd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gestremd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gestremd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gestremd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is gestremd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gestremd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| strem | gebiedende wijs |
| stremde | verleden tijd |
| stremme | aanvoegende wijs |
| stremmend | onvoltooid, deelwoord |
| te stremmen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn gestremd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen stremmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gestremd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestremd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gestremd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestremd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gestremd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gestremd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gestremd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gestremd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gestremd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gestremd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gestremd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gestremd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gestremd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gestremd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gestremd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gestremd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gestremd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gestremd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gestremd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gestremd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gestremd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestremd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gestremd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestremd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gestremd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal stremmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal stremmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal stremmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gestremd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gestremd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gestremd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gestremd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gestremd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gestremd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestremd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gestremd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestremd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestremd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestremd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou stremmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou stremmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou stremmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestremd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gestremd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gestremd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gestremd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestremd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestremd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden stremmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden stremmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden stremmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestremd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gestremd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt stremmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestremd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gestremd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gestremd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gestremd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestremd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestremd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen stremmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen stremmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen stremmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen stremmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestremd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gestremd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult stremmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘stollen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Woordfamilie van stremmen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gestremd | voltooid deelwoord | stremmen |
| gestremde | woordvorm | stremmen |
| strem | gebiedende wijs | stremmen |
| stremde | verleden tijd | stremmen |
| stremden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | stremmen |
| stremme | aanvoegende wijs | stremmen |
| stremmend | onvoltooid deelwoord | stremmen |
| stremmende | woordvorm | stremmen |
| stremt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | stremmen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stremmen zijn vastgelegd.