Naar de inhoud

stremmen

neerslaan van opgeloste eiwitten

stremmen

werkwoord

Betekenis

  1. neerslaan van opgeloste eiwitten
  2. tot stilstand komen van verkeer

Vervoeging van stremmen

stremmenhele werkwoord — stremdeverleden tijd enkelvoud — stremdenverleden tijd meervoud — gestremdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik strem stremde
jij stremt stremde
hij, zij, het stremt stremde
wij stremmen stremden
jullie stremmen stremden
zij stremmen stremden
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gestremd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gestremd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gestremd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gestremd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gestremd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gestremd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gestremd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gestremd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gestremd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gestremd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gestremd verleden tijd, deelwoord
gestremd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestremd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestremd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestremd te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestremd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestremd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestremd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestremd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestremd zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestremd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is gestremd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gestremd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
strem gebiedende wijs
stremde verleden tijd
stremme aanvoegende wijs
stremmend onvoltooid, deelwoord
te stremmen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gestremd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stremmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gestremd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestremd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gestremd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestremd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gestremd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gestremd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gestremd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gestremd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gestremd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gestremd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gestremd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gestremd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gestremd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gestremd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gestremd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gestremd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gestremd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gestremd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gestremd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gestremd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gestremd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestremd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gestremd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestremd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestremd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stremmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stremmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stremmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gestremd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gestremd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gestremd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gestremd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gestremd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gestremd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestremd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gestremd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestremd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestremd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestremd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stremmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stremmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stremmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestremd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gestremd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gestremd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestremd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestremd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestremd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stremmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stremmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stremmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestremd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestremd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stremmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestremd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gestremd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gestremd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestremd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestremd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestremd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stremmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stremmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stremmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stremmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestremd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestremd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stremmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘stollen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287

Woordfamilie van stremmen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gestremd voltooid deelwoord stremmen
gestremde woordvorm stremmen
strem gebiedende wijs stremmen
stremde verleden tijd stremmen
stremden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon stremmen
stremme aanvoegende wijs stremmen
stremmend onvoltooid deelwoord stremmen
stremmende woordvorm stremmen
stremt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon stremmen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stremmen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over stremmen

Wat is de betekenis van stremmen?
Stremmen is een werkwoord. De betekenis is: neerslaan van opgeloste eiwitten. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik stremmen?
Zo vervoeg je stremmen zo: de tegenwoordige tijd is strem, de verleden tijd is stremde en het voltooid deelwoord is gestremd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stremmen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. R 2
  4. E 1
  5. M 3
  6. M 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stremmen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. R 2
  4. E 1
  5. M 3
  6. M 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

stremmen in het kort

stremmen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van stremmen staan er 60 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort stremmen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

stremmen: neerslaan van opgeloste eiwitten
Deel stremmen — standaardnederlands.nl