Naar de inhoud

stompen

met de vuist, de elleboog stoten

stompen is meer dan één woord

stompen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈstɔmpə(n)

Betekenis

  1. met de vuist, de elleboog stoten

Hoe spreek je stompen uit?

/ˈstɔmpən/

Stompen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈstɔmpən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
t tak
ɔ bot
m maan
p pak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van stompen

stompenhele werkwoord — stompteverleden tijd enkelvoud — stomptenverleden tijd meervoud — gestomptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stomp stompte
jij stompt stompte
hij, zij, het stompt stompte
wij stompen stompten
jullie stompen stompten
zij stompen stompten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gestompt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gestompt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gestompt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gestompt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gestompt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gestompt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gestompt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gestompt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gestompt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gestompt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gestompt verleden tijd, deelwoord
gestompt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestompt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestompt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestompt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestompt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestompt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestompt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestompt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestompt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestompt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestompt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestompt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestompt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestompt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestompt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestompt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestompt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestompt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestompt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestompt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestompt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestompt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestompt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestompt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestompt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gestompt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gestompt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stomp gebiedende wijs
stompe aanvoegende wijs
stompend onvoltooid, deelwoord
stompte verleden tijd
te hebben gestompt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te stompen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stompen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gestompt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestompt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gestompt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestompt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gestompt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gestompt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gestompt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gestompt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gestompt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gestompt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gestompt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gestompt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gestompt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gestompt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gestompt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gestompt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gestompt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gestompt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gestompt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gestompt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gestompt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestompt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestompt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gestompt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestompt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gestompt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestompt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stompen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stompen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stompen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gestompt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gestompt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gestompt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gestompt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gestompt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestompt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestompt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gestompt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestompt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gestompt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestompt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestompt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestompt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stompen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stompen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stompen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestompt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestompt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestompt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestompt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gestompt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gestompt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestompt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestompt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestompt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stompen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stompen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stompen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestompt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestompt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestompt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stompen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestompt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestompt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestompt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestompt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gestompt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gestompt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestompt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestompt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestompt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stompen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stompen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stompen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stompen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestompt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestompt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestompt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stompen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord stomp

Herkomst

afgeleid van stomp met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van stompen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gestompt voltooid deelwoord stompen
gestompte woordvorm stompen
stompend onvoltooid deelwoord stompen
stompende woordvorm stompen
stompt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon stompen
stompte verleden tijd stompen
stompten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon stompen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stompen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over stompen

Hoe spreek je stompen uit?
De uitspraak van stompen is: /ˈstɔmpə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent stompen?
Stompen is een werkwoord. Het woord betekent: met de vuist, de elleboog stoten.
Hoe vervoeg je stompen?
Je vervoegt stompen als volgt: de tegenwoordige tijd is stomp, de verleden tijd is stompte en het voltooid deelwoord is gestompt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op stompen?

In dit woordenboek rijmen 2 woorden op -ompen op stompen, zoals pompen en tjompen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op stompen, uitspraak ˈstɔmpən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
pompen 2
tjompen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stompen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. O 1
  4. M 3
  5. P 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stompen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 106 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. O 1
  4. M 3
  5. P 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 106 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

stompen telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

stompen in het kort

stompen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van stompen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort stompen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

stompen: met de vuist, de elleboog stoten
Deel stompen — standaardnederlands.nl