Naar de inhoud

stolpen

met een stolp bedekken

stolpen is meer dan één woord

stolpen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. met een stolp bedekken

Vervoeging van stolpen

stolpenhele werkwoord — stolpteverleden tijd enkelvoud — stolptenverleden tijd meervoud — gestolptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stolp stolpte
jij stolpt stolpte
hij, zij, het stolpt stolpte
wij stolpen stolpten
jullie stolpen stolpten
zij stolpen stolpten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gestolpt verleden tijd, deelwoord
gestolpt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestolpt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestolpt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestolpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestolpt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestolpt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestolpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestolpt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestolpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestolpt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestolpt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestolpt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestolpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestolpt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestolpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestolpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestolpt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stolp gebiedende wijs
stolpe aanvoegende wijs
stolpend onvoltooid, deelwoord
stolpte verleden tijd
te hebben gestolpt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te stolpen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stolpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gestolpt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestolpt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestolpt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stolpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stolpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stolpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gestolpt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestolpt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestolpt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stolpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stolpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stolpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestolpt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestolpt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestolpt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stolpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stolpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stolpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestolpt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stolpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestolpt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestolpt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestolpt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stolpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stolpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stolpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stolpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestolpt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stolpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord stolp

Herkomst

afgeleid van stolp met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van stolpen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gestolpt voltooid deelwoord stolpen
stolpe aanvoegende wijs stolpen
stolpend onvoltooid deelwoord stolpen
stolpende woordvorm stolpen
stolpt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon stolpen
stolpte verleden tijd stolpen
stolpten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon stolpen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stolpen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over stolpen

Wat betekent stolpen?
Stolpen is een werkwoord. Het woord betekent: met een stolp bedekken.
Hoe vervoeg je stolpen?
Je vervoegt stolpen als volgt: de tegenwoordige tijd is stolp, de verleden tijd is stolpte en het voltooid deelwoord is gestolpt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stolpen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. O 1
  4. L 3
  5. P 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stolpen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 106 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. O 1
  4. L 3
  5. P 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 106 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

stolpen telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

stolpen in het kort

stolpen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van stolpen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort stolpen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

stolpen: met een stolp bedekken
Deel stolpen — standaardnederlands.nl