stolp
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- glazen klok die over iets wordt heen gezet
- glazen deksel in een fles met wijde hals
- stolpboerderij
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stolpen | meervoud |
| stolpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stolpjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stolpen
- gebiedende wijs van stolpen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stolpen
Vervoeging van stolp
stolphele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘deksel’ voor het eerst aangetroffen in 1568
Woordfamilie van stolp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stolpje | verkleinwoord | stolp |
| stolpjes | verkleinwoord meervoud | stolp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stolp zijn vastgelegd.