Naar de inhoud

stippelen

van een reeks punten of vlekken voorzien

stippelen

werkwoord

Betekenis

  1. van een reeks punten of vlekken voorzien

Vervoeging van stippelen

stippelenhele werkwoord — stippeldeverleden tijd enkelvoud — stippeldenverleden tijd meervoud — gestippeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stippel stippelde
jij stippelt stippelde
hij, zij, het stippelt stippelde
wij stippelen stippelden
jullie stippelen stippelden
zij stippelen stippelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gestippeld verleden tijd, deelwoord
gestippeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestippeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestippeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestippeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestippeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestippeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestippeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestippeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestippeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestippeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestippeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestippeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestippeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestippeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestippeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestippeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestippeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stippel gebiedende wijs
stippelde verleden tijd
stippele aanvoegende wijs
stippelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gestippeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te stippelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stippelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gestippeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestippeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestippeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stippelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stippelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stippelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gestippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stippelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stippelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stippelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stippelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stippelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stippelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stippelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestippeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestippeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestippeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stippelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stippelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stippelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stippelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestippeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stippelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘stippels vormen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1680

Woordfamilie van stippelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gestippeld voltooid deelwoord stippelen
stippelde verleden tijd stippelen
stippelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon stippelen
stippele aanvoegende wijs stippelen
stippelend onvoltooid deelwoord stippelen
stippelende woordvorm stippelen
stippelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon stippelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stippelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over stippelen

Wat is de betekenis van stippelen?
Stippelen is een werkwoord. De betekenis is: van een reeks punten of vlekken voorzien.
Hoe vervoeg ik stippelen?
Zo vervoeg je stippelen zo: de tegenwoordige tijd is stippel, de verleden tijd is stippelde en het voltooid deelwoord is gestippeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stippelen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. I 1
  4. P 3
  5. P 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stippelen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. I 2
  4. P 4
  5. P 4
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

stippelen in het kort

stippelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van stippelen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort stippelen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

stippelen: van een reeks punten of vlekken voorzien
Deel stippelen — standaardnederlands.nl